cornelis de bondt: dame blanche
Residentie Orkest olv Etienne Siebens | Walter van Hauwe, blokfluiten
In Dame Blanche van de Haagse componist Cornelis de Bondt soleert Walter van Hauwe op een instrument dat zijn bloeiperiode in de 17de eeuw had: de blokfluit.

Bestaande muziek gebruiken als materiaal voor een nieuwe compositie: de normaalste zaak van de wereld, vindt Cornelis de Bondt. “Machaut deed het op grote schaal, Bach en Busoni ook, en toen had niemand er moeite mee”, aldus de Haagse componist. “Ik doe het ook, niet uit ideologische overwegingen, maar gewoon omdat ik vind dat mijn muziek daar baat bij heeft.” Een direct voordeel is dat De Bondt zijn diepste zielenroerselen voor zich kan houden. Omdat hij muzikale ideeën en de daarbij behorende gevoelslading uit andermans schepping haalt, kan hij zich in alle vrijheid op de structuur van zijn compositie richten. Deze werkwijze sluit goed aan bij zijn opvattingen over kunst. De Bondt: “Ik vind het ongepast om de luisteraar te overvallen met de directe gemoedstoestanden van de componist (en mutatis mutandis de musicus). De muziek van anderen biedt mij een middel om afstand te creëren ten opzichte van mijn eigen emoties.”

Maar De Bondt kan zich net zo goed laten inspireren door een lied van Fauré of een soundtrack, als daar een aanleiding voor is. In zijn orkestwerk De Deuren Gesloten uit 1984 duikt opeens ‘As Time Goes By’ op, een song uit de film Casablanca. “Dit komt doordat de melodie op dezelfde noten is gebaseerd als de treurmars uit de Eroica van Beethoven. Ik was bij deze mars terechtgekomen omdat ik door trapsgewijze versnelling een mars wilde laten overgaan in een wals. Ik ging aan de slag met een gesublimeerde wals, La Valse van Ravel, maar het lukte me niet om deze metamuziek met mijn eigen technieken te bewerken. Toen heb ik het over een andere boeg gegooid.”
Uiteindelijk combineerde De Bondt de eerste maten van Beethovens treurmars met de aria ‘When I am laid in earth’ uit Purcells opera Dido and Aeneas. De luisteraar heeft overigens niet meteen door dat De Bondt naar Beethoven verwijst, omdat de marsfragmenten aanvankelijk in een extreem langzaam tempo klinken.

Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. De Bondt citeert nooit letterlijk, maar bewerkt het bestaande materiaal zo grondig dat het origineel soms onherkenbaar wordt. “In mijn Pianoconcert vertraag ik de eerste 25 maten van Weberns Symfonie op. 21 met een factor tien. De melodie wordt daardoor zo opgeblazen dat die niet meer te volgen is.” Ook hier wijst de Haagse componist op precedenten in de muziekgeschiedenis: “Strikt genomen doe ik hier hetzelfde als Machaut, die in bijna elk motet een uitgerekte Gregoriaanse melodie als cantus firmus gebruikt.”