michael gordon: decasia
Residentie Orkest | In samenwerking met VeenFabriek | Jac van Steen, dirigent
Decasia is een experimenteel project waarin op een spectaculaire manier archieffilms worden gekoppeld aan de originele compositie van Michael Gordon, oprichter van het fameuze Bang on a Can festival. 'Decasia' laat zien hoe de mensheid aan zijn eigen sterfelijkheid tracht te ontkomen, terwijl dat wat de wereld samenhoudt voor onze ogen uitelkaar valt. De film is samengesteld uit oude nitraatrollen die ernstig door de tand des tijds zijn aangetast.
De film werd gemaakt voor het Ridge Theater in New York, als onderdeel van de multi media realisatie van Michael Gordon's symphony 'Decasia'. Decasia' werd gecreeerd en geproduceerd in opdracht van de 'Europäische Musikmonat' en de 'Basel Sinfonietta'. De wereldperemiere vond plaats op 4 november 2001 in Basel, en werd uitgevoerd door de Basel Sinfonietta. De film maakt nu deel uit van de collectie van het New York Museum of Modern Art en wordt door het British Film Institute gedistribueerd op DVD en Plexifilm.

Hicham Khalidi en Keir Neuringer van <TAG> presenteren het programma. Gastsprekers zijn:
Joost Rekveld (NL) - filmmaker, light artist, docent opleiding Art Science
Bob Ostertag (VS) - componist, performer, historicus, en nog veel meer
Jason Forrest (GER) - dj, producer, curator Wasted

Decay, Destruction and Waste is een samenwerking van het Residentie Orkest, TAG en Todays Art en Dag in de Branding.DECAY, DESTRUCTION AND WASTE, door Keir Neuringer <TAG>
Decay, destruction, and waste. Het lijkt net of ik de teloorgang van een antieke wereldmacht beschrijf. Of van een moderne wereldmacht. Of van het nog veel oudere en verschrikkelijker rijk der Beschaving. Maar dat is niet zo: ik heb het over de twaalf uur nieuwe muziek die te horen is op de vierde editie van het festival Dag in de Branding.

Wie denkt dat deze rode draad van expliciete decadentie niet meer is dan een staaltje doemdenken, zou nog eens beter moeten kijken. Albert Camus (een persoonlijke favoriet, die werkte in een tijd die, net als de onze, helaas ‘interessant’ genoemd kan worden) schreef ooit dat de grootste kunst spreekt tot de tijd waarin ze gemaakt wordt. En dat is precies wat de verschillende onderdelen van dit programma doen.

Dit is geen doemdenken. Dit is de absoluut noodzakelijke vinger van de Kunst aan de pols van deze interessante tijd. Van alle tijden. Elders heb ik geschreven dat kunstenaars de zintuigen van de cultuur zijn. We zijn de ogen, de oren, de mond en de handen. Als onze kunstwerken geen melding maken van het verval, de verwoesting en de puinhopen, dan zijn onze ogen, oren en monden gesloten en onze handen gebonden. Een hele geruststelling dus, in deze schijnbaar onzinnige tijden, dat een aantal kunstenaars in ieder geval goed bij zinnen zijn gebleven. Om nogmaals met Monsieur Camus te spreken: kunst kan de werkelijkheid ontkennen, maar kruipt er niet voor weg.

Maar hoe dan? Bij aanvang van het programma staan we oog in oog met de realiteit van het verval in abstracto, in de film die Bill Morrison maakte bij Michael Gordons bijzondere symfonie Decasia. Hierin zien we hoe historisch filmmateriaal de verwoestende werking van de tijd ondergaat. Maar het werk gaat op meesterlijke wijze de dialoog aan met deze realiteit; het legt het verval zelf vast. Zo ontstaat uit de zichtbare dood van een geliefd product van de industriële samenleving een werk van esthetische schoonheid. De onderliggende vraag van dit werk, lijkt mij, is of het verval van onze cultuur, die voor zijn schitterende creativiteit de prijs heeft betaald van een onuitsprekelijke verwoesting van het milieu, een reden tot rouwen is of iets om te vieren.
Of zo: de verwoesting waaraan Bob Ostertags muziek voor het Living Cinema-project Special Forces refereert, is de reële verwoesting vorig jaar zomer in Libanon, die de wereld tot haar schande stilzwijgend liet passeren. Ostertag is geen man die wegkruipt voor de realiteit van de verwoesting, getuige ook zijn eerdere Yugoslavia Suite voor de Balkan na de NATO. Toch denk ik dat hij onophoudelijk de strijd aanbindt met die realiteit; hij geeft met zijn werk een opening voor een dialoog over de thema’s die hij in dat werk behandelt. Tegenover de verwoesting die in zijn werk weerklinkt, stelt Ostertag zijn onvoorwaardelijke toewijding aan sociale gerechtigheid, zowel in zijn werk als daarbuiten.

Of zo: Egon Kracht & The Troupe brengen het verhaal van Faust als rockopera (met een knipoog naar Frank Zappa). Drie keer raden hoe God, Mephisto en Faust in deze geactualiseerde versie worden opgevoerd. Precies, als een mediamagnaat, diens zoon de marketingexpert en een sukkel die ze kapot maken door hem in hun wereld binnen te halen. Een schot in de roos in onze cultuur vol narcisme, celebrity’s en consumptisme in het kwadraat (waarin satire helaas maar al te vaak samenvalt met de werkelijkheid).

Of zo: Boxing Pushkin, dat lijkt te gaan over het leven van de beroemde Russische auteur, plaatst welbewust het publiek in de rol van toeschouwer. Ondertussen lijkt middels Poesjkin de vrijheid zelf ter discussie te staan. Onze rode draad is in dit werk misschien het minst duidelijk terug te vinden, maar je hoeft maar vluchtig kennis te nemen van het synopsis (of van het gevecht om Poesjkins erfenis) om weer te weten welk geweld de taal soms wordt aangedaan om een of ander regime te legitimeren.

Of zo: “Afval is voedsel”, schrijven de auteurs van Cradle to Cradle, een opmerkelijk boek dat natuurlijke levenscycli en voedselstromen beschouwt als paradigma’s voor een nieuwe, economisch en ethisch verantwoorde benadering van industrieel ontwerpen. Ik noem het hier in verband met Wasted, het minifestival van Jason Forrest en Pure, waarin geluiden zijn uiteengerukt en gereduceerd tot breakbeats en dergelijke. Publiek/deelnemers worden hierbij gevoed met uitbundige energie en een catharsis uit de donkerste krochten van onze cultuur. Wat hier het afval is en wat het voedsel, zeg ik niet, en ik waag me ook niet aan een beschrijving van de werkelijkheid die hier aan de orde is.

Tegen het eind van zijn leven riep Albert Camus op tot “gevaarlijk creëren”. Volgens de Amerikaanse voorvechter van de burgerrechten Martin Luther King, Jr. had de wereld “grote behoefte aan creatieve extremisten”. Beiden kwamen te jong aan hun einde middels twee infame ontwerpen van de Beschaving: de auto en het pistool. Wat een puinhoop.

We hebben misschien niet gevraagd om deze rode draad (die van het verval, de verwoesting en de puinhopen die door het leven van mensen en andere dieren loopt, evenals door onze waarden, en die zich strak om de aarde wikkelt), maar dit is wat we hebben en wat we zijn. Een programma van nieuwe muziek dat draait om aspecten van het verval, de verwoesting en de puinhopen van onze cultuur, onze Industriële Beschaving, van materieel tot sociaal verval, van zelfdestructie tot vernietiging van onze naasten, van het verkwanselen van het milieu tot het verkwisten van onze jeugd, een programma dat werken presenteert waarin onze tijd centraal staat, zo’n programma betekent niet dat we deze tijd verheerlijken, maar wel dat we hem onder ogen zien.

Dat we tot onze zinnen komen als luisteraars, kunstenaars, sociale wezens.

Dat we weten wie we zijn, wat we zijn, en wat ons te doen staat. Dat we wakker zijn, in leven, op onze taak voorbereid.

Doemdenken? Als kunst verheffend moet zijn, en als de wereld werkelijk creatieve extremisten nodig heeft, dan is dat toch het meest verheffend?

Keir Neuringer / Den Haag / April 2007