olivier messiaen: l’ ascension
Residentie Orkest olv Reinbert de Leeuw
Met L’Ascension schreef Olivier Messiaen in 1933 zijn eerste orkestwerk van betekenis. Hij werkte toen al als hoofdorganist van de Trinité-kerk in Parijs en zou de compositie één jaar later voor orgel bewerken. Zoals de ondertitel ‘Quatre méditations symphoniques’ suggereert, gaat het om een religieus vierluik. De fervent katholieke Messiaen mediteert niet alleen over de hemelvaart van Christus, maar ook over de tegenstelling tussen de eeuwigheid van het hemelse rijk en de vergankelijkheid van ons aardse leven. Voorafgaand aan elk deel verduidelijkt hij zijn theologische intenties door middel van een opschrift van bijbelse of liturgische aard. In het majestueuze eerste deel is een hoofdrol weggelegd voor de eerste trompet en de andere koperblazers. Messiaen refereert naar een hoofdstuk uit het Johannes-evangelie waarin Jezus zich vlak voor zijn gevangenneming tot zijn Vader richt: ‘Vader, de ure is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke’ (Johannes 17:1). Het vredige tweede deel berust op een kronkelend thema dat door de houtblazers unisono gespeeld wordt. Volgens het opschrift uit de Hemelvaart-mis zijn de gelovigen nu aan het woord: ‘O God, wij smeken u … zorg ervoor dat we met de geest in de hemel mogen verblijven.’ Pas in het derde deel komen alle instrumentengroepen prominent aan bod. Messiaen verwijst naar twee verzen uit Psalm 46 (47): ‘God is opgevaren onder bazuingeschal … Volkeren, klap in de handen, juicht God toe met jubelgeroep.’ Dit vrolijke scherzo roept associaties op met de muzikale taal van Ravel. Het vierde deel, voor strijkers alleen, draagt als aanduiding ‘extreem lamgzaam, ontroerd en plechtig’. Strijkers in solistisch verband beelden Christus’ reis naar de hemel uit met een uitgerekte stijgende lijn. De tijd lijkt stil te staan en de harmonie blijft beperkt tot enkele akkoorden. Het opschrift is een directe voortzetting van het eerste deel: ‘Vader, Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen … En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld, en Ik kom tot U’ (Johannes 17: 6, 11). Michel Khalifa