dick raaijmakers: grafische methode fiets
Performance: Bart Visser
In samenwerking met: V2 Centrum voor Instabiele media & Todays Art Festival / Techniek: Edwin van der Heide De Grafische Methode Fiets is een performance uit 1979 die door de traagheid van de handelingen de kenmerken aanneemt van een installatie. Een naakte man zit op een fiets en wordt met een trek­motor en trekkabel met een snelheid van een halve centimeter per seconde voortgetrokken over een weg van een kleine tien meter. Terwijl hij voortbeweegt wordt de man door één van de fietspedalen in een extreem traag tempo uit het zadel gelicht. De fietser is daarbij verplicht een normale afstapbeweging uit te voeren. Dit betekent dat hij in hetzelfde extreem trage tempo zijn vrije been over het zadel moet zien te zwaaien, zonder dat zadel aan te raken of erop te steunen.

De grafische methode fiets bouwt voort op het werk van de Franse fysioloog en filmpionier Etienne-Jules Marey (1830–1903). In 1878 publiceerde Marey zijn boek La méthode graphique, waarin hij een aantal door hem ontwikkelde technieken beschrijft om lichamelijke bewegingen in grafische tijdspatronen vast te leggen. Voor zijn proefnemingen met de afstappende naakte fietser gebruikte Marey een zogeheten plaque fixe. Met behulp van deze uitvinding kon Marey de verschillende fasen van de afstapbeweging op één beelddrager vast- leggen. De vloeiende, levende beweging van de fietser werd ontbonden in een reeks van dode, stilstaande, maar aaneengesloten fotobeelden. In De grafische methode fiets wordt deze techniek omgekeerd en opgerekt, waardoor duidelijk wordt wat er zoal bij komt kijken als men poogt een fotografisch vastgelegde beweging opnieuw tot leven te wekken. In De grafische methode fiets beweegt de fiets zich zó traag voort dat hij voortdurend de indruk wekt stil te staan – als de grote wijzer van een klok. De fietser begint zijn afstapbeweging zittend op het zadel. Daar verkeert hij enkele minuten in rust, waarna een trek­installatie uiterst traag in werking treedt. Vanaf dat moment dient de fietser de afstapbeweging van Marey’s model zo exact mogelijk te imiteren, op één belangrijke uitzondering na. Wanneer het pedaal dat de fietser uit het zadel duwt zijn hoogste punt heeft bereikt, brengt de installatie de fiets tot stilstand. Daardoor kan de fietser met zijn voet op het pedaal blijven rusten tot dat de laagste stand heeft bereikt. De vloeiende beweging waarmee het zwaaiende been bij het staande been aansluit wordt hierdoor, in tegenstelling tot Marey’s voorbeeld en tegen alle regels van de zwaartekracht in, gelijkmatig in een extreme slow motion voltooid.

De rijrichting tijdens de performance is vanuit de kijker bekeken van links naar rechts. In scenografische zin staat een beweging van links naar rechts voor een optimistische en positieve beweging, richting leven. Een beweging van rechts naar links betekent een onomkeerbare tocht richting dood. Bij De grafische methode fiets is voor de eerste richting gekozen omdat de fietser in deze theatrale versie als het ware uit het fotovlak wordt getrokken waarin hij jaren geleden door Marey’s apparatuur voor eeuwig leek te zijn gevangen. Hij verrijst als het ware uit de dood en komt weer tot leven. Deze tijdsomkering is slechts met een enorme inspanning tot stand te brengen. De fietser in kwestie is na voltooiing van zijn bovenmenselijke toer dan ook meer dood dan levend. Toch is hem de ontsnapping gelukt, en dat vormt het eigenlijke onderwerp en de zin van deze performance: het theatraliseren van een wetenschappelijke proefneming ten bate van de kunst.

Dick Raaijmakers (Maastricht, 1930) is zoveel als de grondlegger en godfather van de elektronische muziek in Nederland, maar heeft daarnaast ook een zeer verrassend en inspirerend oeuvre met performances, beeldende kunst, muziektheater en theoretische geschriften gecomponeerd.
Met name op deze tweede kant van Raaijmakers’ werk concentreert zich Dick Raaijmakers Monografie, die in december 2007 door V2_Instituut voor de instabiele media uit Rotterdam is gepubliceerd nadat zijn muziek al eerder bij Basta Records op twee cd-collecties was verschenen.
De rijk geïllustreerde Dick Raaijmakers Monografie is het resultaat van een kleine drie jaar onderzoek en schrijfwerk, waarbij de beide redacteuren Joke Brouwer en Arjen Mulder in voortdurende uitwisseling met Raaijmakers zelf stonden, daarbij geadviseerd door vele Nederlandse com­ponisten, theatermakers en fotografen. De monografie omvat een beschrijving van 46 werken van Raaijmakers, waaronder de complete partituur van Grafisch kwartet en Raaijmakers’ belangrijke essay ‘De kunst van het machine lezen’, naast een chronologie van Raaijmakers’ leven en werk, becommentarieerd met citaten uit tientallen interviews en publicaties en geïllustreerd met foto’s uit Raaijmakers’ persoonlijke archief. In het najaar van 2008 zal de Engelse versie van de monografie verschijnen.
Ter gelegenheid van het verschijnen van de monografie is de performance De grafische methode fiets — in 1979 voor het eerst uitgevoerd door Marc Jonkers in het Stedelijk Museum Amsterdam — gereconstrueerd, omdat het zo’n exemplarisch werk uit het oeuvre van Dick Raaijmakers is. Verder is een videoprogramma samengesteld waarin interviews, documentaires en registraties verwerkt zijn die het werk en de thema’s van Dick Raaijmakers op een geheel eigen wijze inzichtelijk maken.

DOCUMENTAIRES MET EN OVER DICK RAAIJMAKERS De Soundmen (1984)
Registratie van een uitvoering van het toneelstuk/muziektheater Soundmen door toneelgroep Baal onder regie van Leonard Frank. In een gigantisch decor is een groep soundmen bezig alle geluiden uit de eerste talkie van Laurel en Hardy, Night Owls (1930), live te produceren en uit te vergroten, waarbij ze het oorspronkelijke script tot op de seconde nauwkeurig volgen. Dépons/Der Fall (1993)
Fragmenten uit een registratie van een uitvoering van een van de sleutelwerken uit het oeuvre van Dick Raaijmakers uit 1993 over het thema ‘nadoen’. Uitgaande van de ideeën over het ‘componeren van de ruimte’ die Pierre Boulez in zijn meesterwerk Répons (1978—1984) heeft pogen toe te passen, schiep Raaijmakers een zowel hilarisch als zenuwslopend werk waarin acteurs (Mark Drost en Hubert Fermin) onmogelijke herhaalopdrachten moeten zien uit te voeren. In Der Fall wordt de meester ten slotte met stoel en al gekanteld en over lange afstand door zijn eigen gecomponeerde ruimte een helling opgetrokken. Raaijmakers zelf geeft in een interview uitleg bij een en ander. Kamer 306 (2006)

Van 1956 tot 1960 vond er op het Philips NatLab een bijzondere ontwikkeling plaats. Aangemoedigd door Walter Maas, oprichter van de stichting Gaudeamus, richtte Roelof Vermeulen, groepsleider van de acoustische afdeling bij Philips, een studio op voor elektronische muziek. Deze documentaire gaat in op de motieven en de achtergrond van de componisten, technici en collega’s die hierbij waren betrokken. Intermediale reflecties (2005)

Ter gelegenheid van het symposium Intermediale reflecties van de Dutch Aesthetics Federation in Boijmans Van Beuningen in 2005 maakte Henk Oosterling een interview met Dick Raaijmakers, waarin de nadruk ligt op de wisselwerkingen tussen artistieke media en disciplines onderling, de interacties met het publiek en mediumspecifieke reflectiviteit. INTONA (1994/2007)

Raaijmakers speelt de rol van functionaris van de techniek in het muziektheaterstuk Intona (i.s.m. Paul Koek, 1991) waarin hij achtereenvolgens twaalf microfoons zelf aan het woord laat in plaats van ze andermans boodschap te laten opvangen en doorgeven aan luidsprekers. De microfoons worden gekookt, geplet, verbrand, verdronken enzovoort en brengen luidkeels verslag uit van hun stervensproces. De video is op 16mm-film opgenomen op het Koninklijk Conservatorium te Den Haag tijdens een uitvoering in 1994. Op zoek naar een vergeten toepassing (2000)

Documentaire van Jacqueline Oskamp waarin we Dick Raaijmakers volgen tijdens een zoektocht langs Franse instituten naar de zogeheten plaque fixe van de bewegingsonderzoeker en filmpionier Etienne-Jules Marey die Raaijmakers tot voorbeeld diende bij het maken van zijn stuk De grafische methode fiets (1979). Ondertussen geeft Raaijmakers commentaar op alles wat hem in zijn leven heeft beziggehouden waar het gaat om de relatie tussen stilstaand beeld en levende beweging, en ontstaat er een zowel ontroerend als genadeloos portret van de meester