phil niblock: no melody, no harmony, no rhythm. no bullshit
Ten eerste: hij houdt van HARD. Schrik niet. Het kan voor hem eigenlijk nooit hard genoeg zijn. Deels omdat zijn muziek meer neigt naar lage, doordringende klanken en minder naar hoge, felle; alle hoge tonen zijn hogere boventonen van de daadwerkelijk gespeelde noten, en dus niet erg hard. Hij heeft nog een goede reden om voor een extreem hoog volume te kiezen: Niblock heeft een bijzondere belangstelling voor geluid, en met name voor de typische patronen die in luchtmoleculen ontstaan als zeer luide, lang aanhoudende klanken met een bijzonder klein hoogteverschil (maar net niet precies gestemd) langs elkaar 'wrijven'. De spookgeluiden die je in de lucht hoort maken deel uit van de wereld der psycho-akoestiek. Het gaat om ritmes (het wah-wah-effect van net niet gelijk gestemde geluidsgolven), som- en verschiltonen en de krijsende koorklanken van hoge boventonen, in hun honderdtallen. Bij repetities vraagt Niblock steevast of het volume nog net iets hoger kan. Als uw oren oververmoeid worden van het harde geluid, geef ze dan even pauze, ga een frisse neus halen en kom terug wanneer u er weer klaar voor bent.

Ten tweede: hij wil het liefst dat u tijdens het optreden in beweging blijft. U hoeft niet stil op uw stoel te blijven zitten. Er is ook geen beste zitplaats in de zaal; de akoestische indruk die u krijgt is overal in de ruimte anders, dus het loont om rond te lopen. U zult dan 'sweet spots' vinden (technisch jargon), en waarschijnlijk ook wat minder aangename plekken. Ga op verkenning uit!

Ten derde: Phill is erg informeel. Ga een praatje met hem maken, tracteer hem op een glas wijn. Bij concerten van Niblock gaan de musici vaak onopvallend het podium op en af en een klassieke buiging aan het einde komt er niet aan te pas; dat is ook goed, het is nu eenmaal geen klassieke muziek. Soms is er zelfs geen applaus tussen de stukken, maar als u zin krijgt om te klappen, joelen of u anderszins uit te drukken, ga gerust uw gang.

Ten vierde: u zult merken dat er de hele avond films worden gedraaid. Mogelijk zijn ze zelfs al gestart voordat u binnenkwam, maar maakt u zich geen zorgen, u hebt niet zozeer iets gemist. Er zijn heel veel van die films en u hoeft ze niet op lineaire wijze te bekijken, van het begin tot het einde. Ze komen uit de serie The Movement of People Working, die Niblock tussen 1973 en 1991 opnam in plattelandsgebieden in China, Brazilië, Portugal, Lesotho, Puerto Rico, Hongkong, het Noordpoolgebied, Mexico, Hongarije, de Adirondacks, Peru en op andere locaties. De films tonen het dagelijks werk van mensen, vaak agrarisch of maritiem van aard. Ze zijn adembenemend mooi en vallen op door hun realistische aard en het ontbreken van kunstgrepen, naast het gebruik van lange takes in hoge resolutie, een schijnbaar oneindige verzameling fascinerende beelden in levendige kleuren. De taferelen van handenarbeid worden abstract behandeld, zonder een zwaar opgelegde antropologische of sociologische betekenis. Net als in de muziek contrasteert de oppervlakkige traagheid met een actieve, afwisselende textuur van ritme en vorm van lichaamsbeweging. Dit is wat Niblock zelf als het eigenlijke onderwerp van zijn films beschouwt. De muziek is op geen enkele wijze gesynchroniseerd met de films; ze gaan beide gewoon hun eigen weg. Ze hoeven geen duidelijk afgerond einde te hebben; hij zet de films gewoon uit als hij denkt dat we genoeg gehad hebben. Het ongewone aan de muziek van Niblock is dat de meeste composities zijn opgebouwd uit opnames van specifieke instrumentalisten of vocalisten die lange tonen ten gehore brengen. Hij bewerkt de opnames, knipt de adempauzes eruit en plakt ze aaneen tot een dicht microtonaal bromgeluid. Pan Fried 11 en Parker's Altered Mood zijn zo gemaakt. De stukken kunnen ten gehore gebracht worden met, maar ook zonder live-musici die de in het stuk gebruikte tonen spelen, hoewel hij er waar mogelijk de voorkeur aan geeft als op zijn concerten wordt gespeeld of gezongen door musici. Maar centraal staat dat de live-musici absoluut geen 'solisten' zijn en de opnames geen 'begeleiding'. Het idee is om musici en geluidstrack te laten versmelten tot één geheel. Als het goed is, is het min of meer onmogelijk om te horen wat de live-musicus speelt, tenzij je rechtstreeks naar hem of haar kijkt - het volume moet zo worden geregeld dat het live-geluid niet naar voren treedt in de mix. Het beste resultaat wordt verkregen als de speler zijn/haar ego volledig opzij zet en geheel ondergedompeld raakt in de alles omhullende zee van geluid.

De musici wordt gevraagd om te luisteren naar het vooraf opgenomen materiaal - HET STUK - en te proberen zich bij de toonhoogtes die ze horen aan te sluiten met een eigen, lang aangehouden toon die aanzwelt en vervolgens weer wegsterft. Idealiter mikken ze nét iets naast de toon, zeg 5 tot 20 'cent' (fracties van een halve toon), zodat ritmes en andersoortige interferentiepatronen met de opgenomen partij ontstaan. Niblock houdt van massa's microtonale verschuivingen, hoe meer hoe beter. De speler moet niet proberen om te veel te doen - het is juist interessanter om in een kalme toestand te raken, te genieten van het spelen en nu en dan rust te nemen. Voor de musici is het absoluut niet saai, ondanks het relatieve gebrek aan activiteit. De muziek is er al; de live-speler maakt er gewoon deel van uit.

Waar zou je Phill Niblock plaatsen in het brede spectrum van de hedendaagse muziek? Je zou hem een minimalist kunnen noemen; je zou hem een microtonalist kunnen noemen; je zou hem een multimedia-kunstenaar kunnen noemen, of een elektronica-artiest. Zijn werk wordt uitgevoerd op nieuwe-muziekvoorstellingen, in video-installaties, bij noise-optredens. Al deze beschrijvingen passen hem, maar geen van alle is uitputtend. In feite is Niblock een van die kunstenaars die niet in een hokje geplaatst kunnen worden, waarvan het Amerikaanse interbellum er zoveel heeft voortgebracht; mensen die zich hun hele leven bezighielden met het in groot detail onderzoeken van wat slechts een minuscule uithoek kan lijken van de immense wereld der muziek. Als we er dan toch een label op moeten plakken, zouden we zeggen dat zijn onderzoeksgebied dat van de bromklank is, en de psycho-akoestische rijkdom van nauwkeurig gestemde bijna-unisonoklanken op akoestische instrumenten, opgenomen en met hoog volume afgespeeld in verschillende ruimten. Met 75 is Niblock een kunstenaar met een immense creatieve levenskracht wiens muziek vandaag de dag rijk en inspirerend is als nooit tevoren.

Pan Fried 11 (2001-3)bestaat uit opnames van een piano met geharste snaren (oorspronkelijk gespeeld door Reinhold Friedl), Parker's Altered Mood (2004)uit lang aanhoudende tonen op altsaxofoon (oorspronkelijk gespeeld door Ulrich Krieger). Verder zijn er twee ensemblestukken, beide volledig genoteerd. Three Orchids (2003)is een stuk voor drie orkesten. Trio Scordatura vond het stuk zo mooi dat Phill om toestemming werd gevraagd om het op te nemen, waarbij het trio met behulp van overdub zou worden omgetoverd in een gigantisch microtonaal bromorkest. Hij vond het best. Deze versie heeft zesendertig geluidlagen met stem, altviool, synthesizer en dobro - de laatste bespeeld door Guy De Bièvre, een ervaren Niblock-uitvoerder en zelf een bijzonder componist. De basisstructuur van het stuk is een drieklank in E klein die langzaam overgaat in een verminderde drieklank (E, G, A#), waarbij onderweg een grote hoeveelheid microtonale varianten en octaafverschuivingen wordt aangedaan. Disseminate (1998) was Niblocks eerste werk voor orkest en tevens zijn eerste werk dat in eerste instantie als een partituur ontstond in plaats van als bandopname. Kort na de première vroeg het Belgische ensemble Q-02 toestemming om een versie van het stuk te maken en de opname die daaruit voortvloeide vormt de basis van de uitvoering vanavond, waarbij live wordt gespeeld door de vereende krachten van Ensemble Klang en Trio Scordatura. Het stuk heeft veel te maken met de noot D, hetgeen mogelijk wordt weerspiegeld in de titel. Gezien Phills voorliefde voor woordspelingen zou het me in elk geval niet verbazen. Ik kan me goed vinden in een opmerking van Robert Ashley over de muziek van Niblock: "Er doet zich een verandering voor die in de basis niet zozeer een verandering van toonhoogte is; het is een verandering in hoe de toonhoogte klinkt." Dat geldt ook voor onze perceptie van de noot D in Disseminate; en het geldt voor alle verbazingwekkende muziek die u vanavond te horen krijgt.
Bob Gilmore

Ensemble Klang wordt sinds haar oprichting in 2003 gezien als één van de spannendste jonge ensembles in de Nederlandse hedendaagse muziekpraktijk. Met hun optredens bouwt het ensemble een repertoire van speciaal voor hen gecreëerde werken, geschreven door opvallende en onconventionele componisten, niet zelden van dezelfde generatie als de leden van Klang, zoals Oscar Bettisson, Kate Moore, Fabian Svensson, en Roi Nachshon. Daarnaast kunnen ook componisten als Heiner Goebbels, Martijn Padding, Jacob ter Veldhuis, Jan-Bas Bollen en Peter Adriaansz tot de componistenkring rond Ensemble Klang worden gerekend. Het ensemble speelt met een bezetting van saxofoons, trombone, percussie, piano en gitaar en kan daarmee zowel subtiele en kwetsbare klanken in een intieme sfeer op het podium toveren, als de spetterende kracht en volume van een Big-Band. Zonder dirigent maar met een stuwende 'drive' speelt Klang complexe muziek die virtuoze precisie vereist, resulterend in 'an impressive aural assault' (Scottish Herald). Ensemble Klang heeft opgetreden in Nederland, Engeland, Schotland, België, Tsjechië en de Verenigde Staten.

Erik-Jan de With, saxofoon
Heiko Geerts, saxofoon
Anton van Houten, trombone
Saskia Lankhoorn, keyboards
Pete Harden, gitaar
Tom Gelissen, sound engineer

trio scordatura specialiseert zich in microtonale vocale en instrumentale muziek. Het ensemble speelt klassiekers uit de microtonale en spectrale traditie en daarnaast nieuw werk van hedendaagse componisten en klankkunstenaars dat voortkomt uit deze traditie, veelal speciaal voor trio scordatura geschreven. Keyboardspeler Bob Gilmore, zangeres Alfrun Schmid en altvioliste Elisabeth Smalt vormen de basisbezetting, die af en toe wordt uitgebreid met gastmusici. De term scordatura betekent in de klassieke muziek het omstemmen van snaren naar een ongebruikelijke toonhoogte.
In de muziek van trio scordatura hebben de componisten voor eigenzinnige tonale uitgangspunten gekozen, die vaak een andere stemming van het keyboard en de altviool vereisen. Daarom bespeelt Elisabeth af en toe andere altviolen zoals de viola d'amore of de Adapted Viola.

trio scordatura is ontstaan uit een project rond liederen van de Amerikaanse componist Harry Partch voor "intoning voice, Adapted Viola and Chromelodeon" in een extreme stemming van meer dan 40 ongelijke afstanden in het oktaaf. Deze muziek schreef Partch in de jaren 30, en vanwege de ingewikkelde stemming moest hij zijn altviool en zijn harmonium drastisch ombouwen. trio scordatura begon met het maken van een exacte copie van de originele Adapted Viola van Partch. Deze werd gebouwd in Amsterdam in 2001 in overleg met de Harry Partch Foundation. Inmiddels wordt er ook gewerkt aan een tweede instrument: de Kithara. Daarnaast bouwde het Trio Scordatura intieme werkrelaties op met andere toonaangevende hedendaagse componisten, waaronder Horatiu Radulescu, Phill Niblock, Alvin Lucier, François-Bernard Mâche en Lasse Thoresen. Sinds de oprichting in 2006 gaf trio scordatura concerten in het Sonorities Festival in Belfast, het UK Microfest in Engeland, het KlankKleurFestival in Amsterdam, Musica Sacra in Maastricht, Logos in Gent, Roulette in New York en het Transit Festival in Leuven. Ook verzorgt het ensemble regelmatig uitvoeringen in het Karnatic Lab in Amsterdam. Dit jaar vond voor het eerst Trio Scordatura's 'Wintersalon' plaats; een eigen serie met veel aandacht voor experiment en nieuwe composities. Voor deze gelegenheid reisden zeven jonge Ierse componisten af naar de Badcuyp in Amsterdam met hun composities, speciaal voor het ensemble geschreven.

Alfrun Schmid, stem
Elisabeth Smalt, altviool
Bob Gilmore, keyboard

No melody, no harmony, no rhythm. No bullshit."
At the age of 75, Phill Niblock continues to influence a generation of musicians, especially younger
players from the experimental, rock and noise scenes.

His music is minimal, microtonal, rich, and very loud.
The pieces are drones on a single note, or two notes, or a chord, coloured by microtonal inflections;
within apparent stasis there is constant movement.

This evening's presentation, in the company of the composer, features Ensemble Klang and Trio Scordatura
in four recent works, together with newly-transferred films from Niblock's series The Movement of People Working.

Filmed in rural environments in China, Brazil, Lesotho, Puerto Rico, Hong Kong, the Arctic, Mexico, Hungary, Peru
and elsewhere, the films look at everyday work, frequently agrarian or marine labor. They are unique documents,
juxtaposing compelling images in vivid colours. Together with his music they make for a memorable multimedia experience.
Ensemble Klang en Trio Scordatura spelen op zaterdag 14 maart de volgende werken van Phill Niblock:

1. Parker's Altered Mood, AKA Owed To Bird (solo Alto sax) 16'30
2. Pan Fried (multiple performer on one piano) 11'00
3. Three Orchids (trio scordatura) 22'
4. Disseminate (tutti: scordatura + klang) 22'