louis andriessen en luciano berio
Residentieorkest olv Sylvain Cambreling | Hobo: Pauline Oostenrijk
Louis Andriessen: Constructions for a Ballet | Anachronie II voor Hobo en Kamerorkest 
Luciano Berio: Alleluia II | Requies

Het Residentie Orkest brengt twee orkestwerken van Andriessen in première die hij schreef tijdens zijn studie aan het Koninklijk Conservatorium en destijds als balletmuziek in gedachten had. Dat is daarom interessant omdat Andriessen zich in de jaren daarna distantieerde van het schrijven voor orkest. In deze jeugdwerken zijn de helden van toen niet ver weg, maar is zijn eigen stem al onmiskenbaar aanwezig. Het orkestprogramma is aangevuld met twee werken van Andriessens leermeester Luciano Berio, die zelden te horen waren in Nederland.

De werken van Louis Andriessen vormen een van de hoekstenen van de Nederlandse hedendaagse muziek . Deze telg uit een geslacht van musici kreeg zijn eerste compositielessen van zijn vader Hendrik en studeerde later onder meer bij de vernieuwende componist Luciano Berio. Zijn geëngageerde levenshouding bepaalde de manier waarop hij zich in de muziekwereld bewoog en kleurde ook de werken die hij schreef. Zijn initiatieven om het blaasorkest De Volharding en het Hoketus Ensemble op te richten, vloeiden bijvoorbeeld voort uit zijn overtuiging dat er meer ruimte moest komen voor ensembles naast grote orkesten.

Op 28 januari 2009 ontving componist Louis Andriessen in Theater De Regentes in Den Haag de Johan Wagenaar Prijs uit handen van Marieke Bolle, wethouder van Cultuur & Financiën van de Gemeente Den Haag. De Johan Wagenaar Prijs wordt eens per vier jaar toegekend ter bekroning van een geheel oeuvre en is uniek in Nederland. Uit het juryrapport: "Andriessen heeft nooit voor gebaande wegen gekozen maar als weinigen van zijn tijdgenoten gezocht naar alternatieven in de uitvoeringspraktijk. Dat hij daarbij de orkestcultuur grotendeels links heeft laten liggen, is een van de belangrijkste oorzaken geweest van de enorme bloei van de Nederlandse ensemblecultuur... " Uit het juryrapport:>
Andriessen heeft nooit voor gebaande wegen gekozen maar als weinigen van zijn tijdgenoten gezocht naar alternatieven in de uitvoeringspraktijk. Dat hij daarbij de orkestcultuur grotendeels links heeft laten liggen, is een van de belangrijkste oorzaken geweest van de enorme bloei van de Nederlandse ensemblecultuur... Elke Andriessen-compositie vraagt om een eigen specifiek ensemble en heeft een eigen specifieke invalshoek. Zo wordt elk werk een statement, over zowel muzikale- als buitenmuzikale onderwerpen.