ensemble electra presenteert
Regie: Christiaan Mooij

Guus Janssen: MESTRA (2007)
Ned McGowan: Workshop (2004) for recorder, tape, and electronics
Michael Gordon: Industry (1992) for amplified violin and electronics
Louis Andriessen: Workers Union (75|99 version) for percussion, installation, and soundtrack
Klas Torstensson: Urban Solo (1991) for solo voice
Cornelis de Bondt: Sweet Love [wereldpremière]

Industrial Landscapes begint met een proloog, in de vorm van het door Guus Janssen vertaalde toongedicht Mestra, dat het verhaal vertelt van Koning Erysichthon (letterlijk „aardeverscheurder“), die vanwege zijn baldadige handelingen tegen de natuur door de goden gestraft wordt met een alles-verterende honger. Hij verkoopt al zijn wereldlijke bezit en zelfs zijn dochter Mestra, en verteert uiteindelijk zich zelf. In een metafoor over het onvermogen van de mens zich ecologisch gezien te beheersen, waarschuwt verhaal ons voor de zelfvernietigende aard van het industriële proces.

In Michael Gordons Industry, hier in de nieuwe versie voor Monica Germino’s geadapteerde viool en elektronische effecten, wordt de werkelijkheid van het industriële proces geopenbaard. Michael Gordon, oprichter van Bang on a Can in New York, schreef Industry in 1993 oorspronkelijk voor cellosolo en distortion. Op verzoek van de componist maakte Monica Germino van zijn modern-day classic werk een definitieve versie voor viool. In deze nieuwe versie voor geadapteerde viool en elektronische effecten wordt de werkelijkheid van het industriële proces geopenbaard. Gordon had het beeld voor ogen van muziekinstrumenten als gereedschap, van de kracht van een dertig meter hoog stalen instrument met een sterk vervormd geluid. Van een bedrieglijk subtiel begin ontwikkelt het stuk zich langzaam naar een onvermijdelijke climax. De uitdaging een dergelijke versie te maken, resulteerde uiteindelijk in een speciaal voor dit stuk aangepaste viool. Germino speelt op een geadapteerde, versterkte, extreem scordatura akoestische viool, gecombineerd met een grote verzameling effecten.

In Workshop stelt Ned McGowan de vraag hoe een vrije geest, vechtend voor creativiteit, in een industrieel milieu kan overleven. De blokfluit van Susanna Borsch danst vermakelijk rond klanken van industrieel lawaai, nu en dan synchroon met de machines, maar uiteindelijk vechtend om te overleven.

De droom van eeuwige economische expansie en de gevolgen als de zeepbel barst, komen in Klas Torstenssons Urban Solo ter sprake. Zangeres Michaela Riener gaat met haar stem en een keur aan percussieve samples de kredietcrisis te lijf. De nachtmerrie van een verlaten stedelijk landschap, waar straatvechters de regels bepalen, een wereld waar het milieu relevant wordt geacht door de industriële moloch, zorgt voor koude rillingen en een postindustriële blues.

De epiloog van het programma is de minimalistische, high-energy compositie Sweet Love van Cornelis de Bondt. De muziek logenstraft de titel met zijn stevige, gestage karakter, waarin de nieuwe virtuele industriali-sering van onze moderne informatiemaatschappij weergalmt: muziek geschreven door computers wordt becommenta-rieerd in televisieprogramma’s. In deze optimistische hymne aan de Idols-generatie sluit het programma af met een waar-schuwing aan allen die de uitvoerende kunsten aan de dwaasheden van de markt ondergeschikt willen maken.

Ensemble ELECTRA - Vier vrouwen met vier nationaliteiten, voorzien van een hele batterij instrumenten en apparatuur: viool, elektrische viool, slagwerk, stem, keyboard, fluiten, en een weelde aan elektronica. ELECTRA speelt, de naam zegt het al, uitsluitend elektrisch versterkt. De moederlanden van de vier musici zijn de Verenigde Staten, Bulgarije, Oostenrijk en Duitsland. ELECTRA is in Nederland gevestigd en werkt samen met gerenommeerde componisten en kunstenaars, altijd op zoek naar een combinatie van nieuwe muziek met visuele en theatrale elementen als licht, beweging en film- of videobeelden.