lous harrison | milton babbit en john adams
Ensembles van het Koninklijk Conservatorium | Joost Geevers, dirigent
Lou Harrison: Concerto for Violin with Percussion Orchestra
Milton Babbitt: Arie da Capo
John Adams: Gnarly Buttons

Wat hebben deze drie componisten met elkaar gemeen, meer dan hun Amerikaanse afkomst? Helemaal niets, en juist daarom staan ze gedrieën op een programma. Alle drie staan voor een stijlperiode in de geschiedenis van de Amerikaanse muziek en geven zo in een notendop een overzicht van een halve eeuw componeren in de VS.

Tussen 1935 en 1945 schreef John Cage een groot aantal werken voor slagwerkensemble. Lou Harrison schiep in diezelfde periode een vrijwel net zo’n groot oeuvre voor slagwerk, dat hij vaak in samenwerking met Cage uitvoerde. Ze schreven zelfs samen een slagwerkkwartet: Double Music. Het vioolconcert is een van de beste voorbeelden van Harrisons muziek uit die tijd. Vijf slagwerkers begeleiden op allerhande vooral ongewone slagwerkinstrumenten, zoals remtrommels, zinken emmers en zelfs een contrabas de virtuoze en soms ook lyrische vioolpartij.

Milton Babbitt koos een heel andere weg, die van het serialisme. Zijn werk wordt soms wat ontoegankelijk gevonden maar in Arie da Capo weet hij in een streng dodekafonisch idioom toch een bijna dromerige atmosfeer te scheppen.

Waar Babbitt zichzelf wel een maximalist noemde, begon John Adams in het idioom van Steve Reichs minimal music. Dat is bijvoorbeeld goed te horen in werken als Shaker Loops en Harmonielehre. Gaandeweg ontwikkelt Adams echter een geheel eigen geluid waarvan o.a. popmuziek, jazz, spirituals, humor en virtuositeit deel uitmaken. In Gnarly Buttons horen we dan ook passages die doen denken aan Stravinsky’s Ebony Concerto dat hij voor de legendarische band van Woody Herman schreef, of de nog meer op de bebop geinspireerde Preludes, Fugue and Riffs van Leonard Bernstein. Maar die hadden geen koe…