stukken voor prepared piano
PianoDuo Cees van Zeeland & Gerard Bouwhuis
1 John Cage: Three dances for 2 prepared piano' s
2 Colin McPhee: Balinese Ceremonial Music, for 2 pianos | Pemoengkah | Gambangan | Taboeh teloe
3 Charles Ives: Three QuarterTone Pieces (192324)

John Cage | Three dances for 2 prepared piano' s (1945)
Cage heeft zijn luisteraars en uitvoerenden meegevoerd naar de esthetische sferen van de I Tjing, zen, astrologische kaarten, dobbelstenen en willekeurigheid (randomness). Met name dit element van willekeur in zijn werk heeft de heftigste reacties opgeroepen. Je zou bijna vergeten dat Cage in een groot deel van zijn composities een componist van de ‘note choisie’ was, die met veel aandacht uiterst fijne differentiaties aanbracht in toonhoogte, toonkleur en ritme. Dit is nergens duidelijker terug te vinden dan in zijn werk voor de geprepareerde piano.
De geprepareerde piano, een innovatie van Cage, is een vleugelpiano waarin volgens gedetailleerde aanwijzingen schroefjes, boutjes, kraanleertjes, stukjes plastic, rubber, vilt en dergelijke tussen de snaren zijn bevestigd. Hierdoor worden de toonkleur, aanzet, volume en duur van de noten volledig veranderd. Eenvoudig gezegd verandert de piano zo in een soort percussieorkest van steeldrums, gamelans, ratels en conga’s, die allemaal worden bespeeld door een en dezelfde klavierspeler. Cage gebruikte de geprepareerde piano voor het eerst in 1938, in het dansstuk Bacchanale. In de jaren veertig volgden een groot aantal stukken waarin steeds dansritmes en exotische Oosterse kleuren en sferen centraal stonden. Tegen 1945 had Cage zijn ideeën zover ontwikkeld dat hij zijn meest ambitieuze werk voor de geprepareerde piano tot dan toe kon schrijven, deze Three Dances.
Cage zelf noemde deze stukken ‘virtuoos’ en dat zijn ze zeker, in meerdere opzichten zelfs. Het meest opvallend in de derde dans, een tour de force van stampende jubelritmes in moto perpetuo, maar ook de subtiele, gamelanachtige eerste en de melodieuze tweede dans zijn complexe brein- en vingerkrakers. 'Virtuoos' is ook de manier waarop de instrumenten zijn geprepareerd (complexer dan ooit tevoren in Cage’s werk). Niet minder dan zes objecten beïnvloeden de klank van een enkele noot. En ten slotte is er de virtuositeit van de compositie zelf, een ware doolhof van ostinati, ritmische canons, tala’s, spiegelbeelden, getallenreeksen en wisselende texturen, die allemaal nauwkeurig zijn vastgelegd door de componist.
Het meest opmerkelijke van deze stukken is wellicht dat Cage in staat blijkt te zijn zich volledig los te maken van het denken in klavieren, in g’s en assen, en de sprong te wagen in de nieuwe realiteit van het complexe en ongehoorde geluid van de geprepareerde piano. (De uitvoerende zou alleen al tijdelijk schizofreen van worden van het ‘ka-bong’ dat klinkt als hij zijn vertrouwde as aanslaat.)
Dat Cage dit probleem op zo briljante wijze heeft kunnen oplossen is een bewijs van zijn compositionele techniek, fantasie en smaak, die alledrie duidelijk te herkennen zijn in deze Three Dances.
Michael Tilson Thomas

Colin McPhee | Balinese Ceremonial Music, for 2 pianos: Pemoengkah | Gambangan | Taboeh teloe
Deze intrigerende stukken zijn arrangementen van Balinese gamelanmuziek. De titel van de suite, Gambangan, verwijst naar een oud Balinees instrument en een daarnaar vernoemd stuk voor gong kebyar, een moderne vorm van gamelan waaraan deze stukken zijn ontleend.
De ensemblevorm van gong kebyar ontstond in de vroege jaren van de 20ste eeuw. Ensembles bestaan bij voorkeur uit zo’n 20-30 spelers op metalofoon, gong, trommel en Balinese fluit. De muziek is, vergeleken met de langzame, gemoedelijke Javaanse stijl, snel en stevig van karakter en wordt vaak gespeeld als begeleiding van dans.
In zijn arrangementen heeft Colin McPhee getracht recht te doen aan het karakter van deze ceremoniële muziek. De verschillende stemmingen zijn daarbij natuurlijk een obstakel, maar omdat het op Bali niet ongebruikelijk is dat de verschillende types gamelanmuziek worden gespeeld door andere ensemblevormen (zoals de kleinere gamelan anklung), die ook verschillende stemmingen hanteren, wordt dat niet als een groot probleem ervaren.

Charles Ives | Three Quarter-Tone Pieces (1923-24)
Van de drie korte stukken die ik heb gecomponeerd met gebruikmaking van kwarttonen, waren het eerste en het laatste oorspronkelijk bedoeld voor een kwarttoon-piano, twee klavieren en één speler.
Het eerste deel, Largo, is voornamelijk diatonisch, met kwarttonen als doorgangsnoten of vertragingen en kwarttoonakkoorden als uitbreidingen of varianten, hoewel het middelste deel wordt gevormd door kwarttoonakkoord-uitbreidingen.
Het tweede deel, Allegro, voor twee piano’s waarvan één kwarttoon hoger gestemd, bestaat voor het grootste deel uit ritmen die contrasteren of ‘verdeeld’ zijn over de twee piano’s. Vanuit puur kwarttoon-harmonisch standpunt stelt dit niet veel voor.
Het laatste deel is een ‘Koraal’, door twee piano’s gespeeld zoals het geschreven is voor één piano; er zijn weinig verdubbelingen. Dit deel poogt te werken langs de pure kwarttoon-harmonielijnen die zijn uiteengezet in het tweede deel van deze verhandeling en is voornamelijk gebaseerd op een primair en secundair akkoord. Een cantus firmus die door de hoogste stem in het coda wordt hervat, bestaat uit een frase in kwarttonen die overgaat in een frase in halve tonen en eindigt in hele tonen, terwijl het harmonische plan door het gehele deel op kwarttoonbasis wordt aangehouden. © Charles Ives

Het PIANODUO heeft zijn wortels in de groep Hoketus - een groep musici die zich tussen 1976 en 1986 gespecialiseerd heeft in de ontwikkeling van nieuwe muziek.
Als PIANODUO spelen zij ruim dertig jaar samen. Het belangrijkste doel van het PIANODUO is het spelen van - bij voorkeur - twintigste eeuws repertoire dat anders nauwelijks of nooit gespeeld wordt. De meeste grote componisten van deze eeuw hebben wel een belangrijk werk voor twee piano’s geschreven, maar door de vaak bijzondere eisen die de uitvoering van zo’n werk stelt, worden ze toch maar weinig gespeeld. Daarnaast heeft het PIANODUO een groot aantal componisten ertoe geïnspireerd om voor hen te schrijven.
Deze duurzame en vruchtbare samenwerking heeft geresulteerd in een uitgebreid en uniek repertoire dat op vele podia in binnen- en buitenland gepresenteerd is. Daarbij krijgt ook de documentatie op CD de volle aandacht. Uiteraard zijn van bijna alle werken radio of televisie opnamen gemaakt, zowel in Nederland als in het buitenland. Niet alleen op het gebied van repertoire maar ook wat betreft het uitvoeringsniveau heeft het PIANODUO een reputatie