kaajia saariaho - martijn padding - diderick wagenaar
Inleidingen door Kaija Saariaho en Christian Karlsen
SAARIAHO | ORION
Beelden van de nacht, dromen, mythen en mysteries vormen een groot onderdeel van het werk van Kaija Saariaho. In de oud Griekse mythologie was Orion een jager en de sterfelijke zoon van Poseidon, de god van de zee. Na de dood van Orion heeft oppergod Zeus hem als constellatie in de sterrenhemel weggezet. Hierdoor is Orion zowel een levend persoon als een onbeweeglijk hemels object. Saariaho heeft dit contrast uitgewerkt in het driedelig werk Orion dat ze in 2002 in opdracht van het Cleveland Orchestra schreef. Het eerste deel heet Memento mori ('gedenk te sterven') en ontwikkelt zich in een soort buitenaardse ruimte die uiteindelijk tot een orkestrale uitbarsting leidt waarbij de orgel inzet. De muziek wordt steeds opwindender en stopt abrupt. Het tweede deel Winter Sky omschrijft de winterse hemel met een kleurrijke piccolosolo die door andere instrumenten wordt overgenomen. Het deel is ingetogen en kalm. In het laatste deel Hunter komen wij de jager Orion tegen. Snelle gedeeltes worden onderbroken door korte mysterieuze momenten in een langzaam tempo. De muziek wordt steeds opwindender, sneller maar tegelijkertijd zachter. Uiteindelijk vallen de meeste instrumentengroepen weg en horen wij Orion weer in de sterrenhemel.

SAARIAHO | L'AILE DU SONGE
Vanaf het begin van haar carrière heeft de fluit voor Kaija Saariaho een belangrijke plek ingenomen. "Ik houd van het geluid waarbij de adem altijd hoorbaar is…het timbre heeft facetten die goed passen in mijn muzikale taal." De titel van het fluitconcert L'aile du songe is afkomstig uit de gedichtenbundel Oiseaux van Saint-John Perse. In deze gedichten gaat het niet om vogelzang maar om de vliegende vogel als metafoor voor de mysterie van het leven. De twee hoofddelen van het stuk zijn Aérienne en Terrestre, twee titels van gedichten van Perse. De drie onderdelen van Aérienne omschrijven drie verschillende situaties. In de Prélude neemt de fluit de ruimte in om de muziek van het orkest te genereren. In Jardin des oiseaux ontstaat er een interactie tussen de fluit en individuele instrumenten in het orkest. In D'autres rives is de fluit een soort hoogvliegende vogel waarvan de schaduw verschillende vormen inneemt, gespeeld door de strijkers. Het eerste deel van Terrestre, 'Oiseau dansant' omschrijft het verhaal van de Australische aboriginals waarin een virtuoos dansende vogel een hele dorp aan het dansen krijgt. In het tweede deel 'L'Oiseau, un satellite infirme' is de vogel een "kleine satelliet in een universele baan", aldus de dichter. Aan het einde van Terrestre komen alle voorgaande aspecten samen terwijl de klank van de fluit langzaam uitsterft. Het stuk is in 2001 geschreven voor fluitiste Camilla Hoitenga in opdracht van Festival Vlaanderen, de Finnish Broadcasting Corporation en het London Philharmonic Orchestra.

DIDERICK WAGENAAR | PRELUDIO ALL'INFINITO | Nederlandse Première
"Preludio all'Infinito is geïnspireerd op het gedicht "L'infinito" van Giacomo Leopardi (1798-1837). Het werk is niet bedoeld als letterlijke omschrijving van het gedicht. In 'L'infinito' probeert de dichter de waarneming van het oneindige te omschrijven. In Preludio all'Infinito horen we snelle melodieën in de houtblazers en langzame akkoordenreeksen in de strijkers bovenop elkaar. Het resultaat daarvan zijn vloeiende passages. Deze 'scorrevole' gedeeltes worden afgewisseld met 'agitato' momenten bestaande uit grote akkoordenblokken. Een derde karakter wordt met 'largamente' aangeduid: langzame, brede melodieën in verschillende orkestrale kleuren. Het stuk is geschreven in opdracht van Asko|Schönberg en is opgedragen aan Louis Andriessen voor zijn zeventigste verjaardag." Diderik Wagenaar

MARTIJ PADDING | KIER (2005)
"Als het goed is snellen de 57 pagina's waaruit de partituur van KIER bestaat in zo'n negen minuten voorbij. Negen minuten voor een jeugdorkest; een ouverture waar alle orkestgroepen aan bod komen en doen waar jonge spelers zo goed in zijn, namelijk snel spelen! De muziek is een keten van op- en neergaande curves die door het hele orkest heen slingeren. Aanvankelijk zijn het eenduidige bewegingen maar later wordt het meer een stelsel van verschillende curves en echo's van diverse instrumentengroepen. Het enige contrast met dat orkestrale gezwier vormen de incidentele uitbraakpogingen van sommige instrumenten en de momenten waarop het orkest zich verzamelt in grote akkoorden.
Dirigent Jurjen Hempel vroeg me om een compositie die als opening van het concert zou worden gespeeld. Het woord 'opening' roept twee dingen op. Allereerst zoals Jurjen het bedoelde; als een begin , als een ouverture. Maar de letterlijke betekenis van 'opening' als iets dat open is, waar een gat of een kier inzit, heeft de vorm van dit stuk en de instrumentatie meer bepaald: Muziek met gaten. In deze ouverture zitten daarom een paar kieren en daar waait wind."