dimitri sjostakovitsj: symfonie nr. 9
Residentie Orkest olv Reinbert de Leeuw
Na zijn heldhaftige Zevende (Leningrad), opus 60 (1941) en de grandioze Achtste symfonie, opus 65 (1943), waren de verwachtingen voor Sjostakowitsj's Negende, opus 70 (1945), hoog gespannen. In deze symfonie moest niet alleen de overwinning op het fascisme tot uitdrukking komen maar bovenal de rol van Stalin worden benadrukt. Dat dit voor de gevierde componist een onmogelijke opgave was blijkt uit het feit dat hij tot twee keer toe tevergeefs heeft geprobeerd om een 'Overwinningssymfonie' te componeren.

De Negende die hij in de zomer van 1945 in minder dan drie weken tijd heeft geschreven is het tegendeel van wat zijn opdrachtgever zich gewenst had. Bij de première is deze dan ook ten diepste beledigd. Stalin had een monumentaal werk in opdracht gegeven. Een symfonie voor een enorm orkest met koren en solisten, als ultiem loflied op hemzelf: Jozef Stalin, de grote leider en overwinnaar. Wat hij bij de première te horen kreeg was het tegenovergestelde: een korte symfonie in een niet-heroïsche, droge, neo-klassieke stijl.

Waar Sjostakowitsj in de 7de symfonie het lot van het door de Duitse legers omsingelde Leningrad schildert en in de 8ste de heroïsche strijd van het Russische leger tegen het fascisme benadrukt, lukte het hem niet om Stalin in de Negende op een voetstuk te zetten. Daarvoor had hij als kunstenaar niet alleen teveel onder de willekeur van de dictator te lijden gehad maar als inwoner van Leningrad ook teveel voor meegemaakt. Dat neemt niet weg dat zijn 'Negende' wel degelijk een loflied is. Een loflied dat na de lichtvoetig-spottende en de circusachtige eerste delen, aan het eind van het derde deel wordt geïntroduceerd. Het is dan opeens afgelopen met de symfonische maskerade. De stemming is ernstig. Sjostakowitsj weet nu wat hij wil gaan zeggen. Hij gebruikt daarvoor een citaat uit 'Woyzeck' van Alban Berg. In die opera staat de soldaat Woyzeck centraal. Woyzeck wordt door zijn meerderen als een dier mishandeld. Als hij zijn lot onder ogen ziet stamelt hij: "Wir Arme Leut". Het zijn deze drie veelzeggende, door een solo fagot als frase gespeelde woorden waarmee Shostakovitch stilstaat bij het lot van de miljoenen gesneuvelde Russische soldaten en gevallen burgerslachtoffers.