igor stravinsky: les noces
Свадебкa - de dorpsbruiloft
Toonkunstkoor Amsterdam en masterstudenten van het K. Conservatorium Den Haag olv Boudewijn Jansen
Lisette Bolle - sopraan | Helena Rasker - alt | Jean-Léon Klostermann - tenor | Werner van Mechelen - bas

Voor 4 piano's, 6 slagwerkers, 4 solisten (SATB) en gemengd koor. Duur 25 min. (4 delen) Igor Stravinsky was een van de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw. Hij werd geboren in Rusland maar bracht een groot deel van zijn werkzame leven buiten Rusland door, in een zelfgekozen ballingschap: in 1934 kreeg hij de Franse nationaliteit en in 1945 werd hij tot Amerikaan genaturaliseerd. In zijn werk speelt het verlangen naar thuis en de zoektocht naar zijn Russische identiteit vaak een grote rol.

In Les Noces ('De Dorpsbruiloft') is Russische folklore het onderwerp – niet op een sentimentele, nostalgische manier maar zeer gestileerd, zodat de bonte taferelen als het ware van een afstandje onderzoekend worden bezien. Les Noces is een 'danscantate' in vier doorlopende delen op basis van Russische volkspoëzie. Het wordt beschouwd als een sleutelwerk uit Stravinsky's zogenoemde 'Russische periode' (1914-1920), toen hij steeds meer voor klein bezette ensembles ging schrijven in plaats van voor groot orkest. In het werk klinken ook traditionele melodieën uit de Russisch orthodoxe liturgie door.

Het thema van Les Noces is een gedramatiseerde boerenbruiloft, waarbij een dramatische weergave van de bruiloftrituelen wordt getoonzet via flarden conversatie, liedcitaten en ander materiaal. Door deze opzet lukt het Stravinsky om de gebeurtenissen te depersonaliseren. De conversatieflarden volgen elkaar op als een doorlopende 'stream of consciousness' zonder dat er een logisch opgebouwd gesprek uit ontstaat.

De zangers spelen ook verschillende rollen in het verhaal. De sopraan is in het eerste tableau het bruidje Natasja, in het vierde de gans; de tekst van de bruidegom Fetis wordt door de tenor gezongen, als echtgenoot wordt hij later vervangen door de bas. De instrumentatie van Les Noces veroorzaakte voor Stravinsky meer problemen dan welk van zijn latere werken ook. Er is een oerversie uit 1917 voor grote bezetting met vol orkest plus solisten en koor. Die werd al snel verworpen. In 1919 dacht Stravinsky, mede uit praktische overwegingen, aan een klein ensemble gecombineerd met een mechanisch instrument: een pianola (mechanische piano) naast een tweemanuaals harmonium plus xylofoon, divers slagwerk en twee cimbaloms. Terecht vreesde Stravinsky dat de synchronisatie van mechanische en niet-mechanische muziek tot onoplosbare problemen zou leiden.

Drie maanden voor de première in Parijs in 1923 legde Stravinsky zich definitief vast op een bezetting van vier piano's, pauken en slagwerk omdat "zo aan al mijn voorwaarden kon worden voldaan. Het zou tegelijkertijd volmaakt homogeen, volkomen onpersoonlijk en volmaakt mechanisch zijn." Voor de verdere invulling zorgt een vierstemmig koor en vier solisten. TKA zingt Les Noces in de Franse vertaling van de Zwitserse, Franstalige schrijver Charles-Ferdinand Ramuz. De samenwerking tussen Stravinsky en Ramuz (die ook het libretto schreef voor l'Histoire du Soldat) leidde tot een zeer hechte vriendschap, versterkt doordat Ramuz moest uitgaan van de oorspronkelijke Russische teksten van de volksvertelling van Alexander Afanasiev, maar geen Russisch sprak en zich volledig op Stravinsky's letterlijke vertalingen moest baseren.