sergei rachmaninov: the bells
Колокола
Toonkunstkoor Amsterdam en masterstudenten van het K. Conservatorium Den Haag olv Boudewijn Jansen
Lisette Bolle - sopraan | Helena Rasker - alt | Jean-Léon Klostermann - tenor | Werner van Mechelen - bas


Bewerking voor 2 piano's en slagwerk, 3 solisten (STB) en gemengd koor. Duur 35 min. (4 delen) Toonkunstkoor Amsterdam koestert een speciale band met dit koorwerk. Rachmaninov droeg het werk op aan Willem Mengelberg, het Koninklijk Concertgebouworkest en het Amsterdamse Toonkunstkoor. Het werk ging op 22 december 1923 in Het Concertgebouw in première ter gelegenheid van Mengelbergs 25-jarig jubileum als dirigent van het koor. The Bells is een mooi en dankbaar koorwerk, maar wordt zelden uitgevoerd. De componist zelf rekende The Bells tot zijn meest favoriete werken, en het wordt algemeen beschouwd als het beste wereldse koorwerk van Rachmaninov. Componist Rachmaninov dankt zijn reputatie aan zijn vakmanschap, maar vooral ook aan de volstrekt eigen wijze waarop hij het sentiment en het grote gebaar in zijn werk tot uitdrukking weet te brengen. Zijn werk was eigenlijk te romantisch voor de tijd waarin het werd geschreven. Door modernisten die strenger in de leer waren, werd zijn oeuvre om die reden niet zo gewaardeerd, maar bij het publiek is het tot op de dag van vandaag erg geliefd. Sergei Rachmaninov schreef zijn 'koorsymfonie' The Bells in 1913, op een gedicht van Edgar Allen Poe. De vier delen van het werk, waarin grote (kerk)klokken een belangrijke rol spelen, verwijzen naar vier fasen uit de cyclus van het leven. Het geluid van de kerkklokken is steeds georkestreerd, dat wil zeggen er worden niet daadwerkelijk klokken bespeeld maar ze klinken in het orkest, prachtig geïnstrumenteerd door Rachmaninov.

In het eerste deel staat geboorte en een nieuw begin centraal, tot klinken gebracht met het geluid van zilveren belletjes. In deel twee begeleiden gouden klokken een bruiloft. In het derde deel komt rampspoed over de mensen. Met het geluid van koperen alarmbellen jaagt Rachmaninov kreten van pijn en geroep om genade naar een dramatisch hoogtepunt. In het slotdeel klinkt een sombere ijzeren klok bij een uitvaart. In de strijkers keert het motief van de bellen uit het eerste deel terug, nu in een somber cis mineur. Uiteindelijk is er gelukkig hoop voor de menselijke ziel, als het werk eindigt in een geruststellend Des groot. The Bells is een symfonie voor groot orkest, maar voor de uitvoering in najaar 2013 (70 jaar na het overlijden van de componist) heeft TKA toestemming van de erven Rachmaninov om een bewerking te maken voor twee piano's en slagwerk. Rachmaninov bewerkte zelf ook vaak zijn orkestwerk voor handzamer bezettingen; zo heeft hij bijvoorbeeld de Symfonische Dansen op.45 zowel uitgegeven in een versie voor groot orkest als in een versie voor twee piano's.

"Het geluid van kerkklokken domineerde de steden in Rusland die ik gekend heb: Novgorod, Kiev, Moskou. Kerkklokken begeleiden iedere Rus van zijn kindertijd tot aan zijn graf, en er is geen Russische componist die hun invloed kan omzeilen. Als het mij gelukt is om die kerkklokken met gevoel en menselijkheid in mijn werk tot klinken te brengen, dan is dat te danken aan het feit dat ik het grootste deel van mijn leven te midden van de klanken van de kerkklokken van Moskou heb doorgebracht." Componist Sergei Rachmaninov (1873-1943) in zijn memoires. The Bells (Engels)