otto ketting: printemps, souvenirs du printemps
Het Octet wordt gespeeld door: Ruysdael Kwartet en EnAccoord Strijkkwartet
Met zijn octet Printemps, Souvenirs Du Printemps (2001) is Otto Ketting erin geslaagd twee schijnbaar onverenigbare inspiratiebronnen samen te smelten tot een nieuwe taal. Van Igor Stravinsky leende hij de ritmische precisie, de nuchtere blazersklank en de flexibele omgang met ritme en metrum. Alban Berg (en in mindere mate ook Schönberg en Webern) hadden grote invloed op zijn melodiek en harmoniek. Aanvankelijk was de Tweede Weense School Kettings grootste inspiratiebron (met als hoogtepunt zijn Eerste symfonie). Daarna dreef hij wat weg van de verzengende laatromantiek in de richting van zeer grote, ritmische energie (zoals in Time Machine) en daarbij voegde zich de invloed van de minimal music (vooral hoorbaar in zijn Symphony for saxophones and orchestra uit 1979). Hij componeerde voor een breed scala aan bezettingen en zijn muziek werd de laatste tien jaar milder van toon. Uit deze 'milde fase' stamt Printemps voor strijkoctet (en niet twee strijkkwartetten). De melodiek is minder hoekig, de lijnen zijn soms dermate lang dat de cesuren vervagen en de harmonie is telkens vol ook als niet alle instrumenten spelen. De toon blijft vrij constant, maar de luisteraar heeft aan het einde niettemin de sensatie van een muzikale ontwikkeling. Het stuk is ook een ode aan Kettings muzikale jeugdhelden Ravel en Stravinsky. Men hoort verwijzingen naar Ravels Pianotrio en Stravinsky's vroege balletten en vooral hoe Ketting deze onzichtbaar maakt in zijn eigen taal.