tristan keuris: strijkkwartet 1
DoelenKwartet
Tristan Keuris Strijkkwartet nr. 1 (1982). Een van de vele clichés omtrent moderne muziek is dat het naoorlogse muziekleven werd gedomineerd door modernisten (die meer geïnteresseerd waren in hun experimenten dan in hun publiek) en dat vanaf 1980 er meer en meer componisten kwamen die rekening wilden houden met 'het' publiek, onder meer door op duidelijk zichtbare wijze aan te knopen bij elementen uit de klassieke traditie. Zoals elk cliché is ook dit niet onjuist, maar wel onvolledig. Het omgekeerde is ook waar en tussen 'modernistisch vernieuwen' en 'voortbouwen op de traditie' bestaan ook overeenkomsten. Neem Tristan Keuris. Hij begon als een modernist die in zijn muziek graag grillige sprongen maakte en vervolgde als een man met een traditionele kern in een moderne jas. Zijn muziek herkent men binnen enkele maten en de bindende factoren zijn een liefde voor sensuele klanken, bepaalde melodische figuren en duidelijk voelbare spanningsbogen. Het Eerste kwartet schreef hij een paar jaar nadat hij de keuze had gemaakt voor een duidelijke oriëntatie op een klassieke gestiek. Die gestiek is vooral hoorbaar in het tweede en vierde deel. Terwijl de motiefjes en de gevarieerde herhalingen ervan over elkaar buitelen, voelt de luisteraar zeer sterk de puls, de harmonische zwaartepunten, de sterke ritmische en dynamische accenten en vooral hun onderlinge verwevenheid waardoor de vergaande regelmaat van de één de vergaande regelmaat van de ander versterkt. De langzame delen zijn veeleer een poging een cadans aan te brengen zonder te vervallen tot de al te opzichtige dreun van veel klassieke muziek. In alle delen is Keuris' liefde voor humor en grilligheid weliswaar meer ondergeschikt gemaakt aan de grote lijn, maar bepaald nog niet verdwenen.