guus janssen: streepjes
Guus Janssen dank het DoelenKwartet
Guus Janssen Streepjes (1981) Het kwartet van Guus Janssen is een oefening in klankkleuren. Omdat texturen vaak worden herhaald, zij het met varianten, en omdat de harmonie nauwelijks verandert, ontstaat muzikale ontwikkeling vooral door het spel met nuances. Akkoorden worden vaak omspeeld in de vorm van dialogen tussen de instrumenten, flageoletten en de geringste dynamische verschillen. Doordat in de eerste helft van het werk het volume nogal zacht is, worden details in dynamiek van het grootste belang. Daarbij heeft de componist één expressiemiddel nadrukkelijk uitgesloten: vibrato, althans bij de flageoletten, de niet-flageolet-tonen klinken daarentegen wel vibrato. (Het verlangde nonvibrato komt ook voor in het Strijkkwartet van John Cage; ook de harmonie bij Janssen doet sterk aan John Cage denken.) Omdat de componist streefde naar niet-getempereerde harmonieën, is bij elk instrument één snaar anders gestemd dan gewoonlijk (scordatura): door deze vier anders gestemde snaren met elkaar te verbinden ontstond een chromatische ladder die de basis werd van de harmonie van het werk. Lijn in het betoog presenteert Janssen amper in de vorm van melodieën, wel in de vorm van puntjes die moeten worden gespeeld als een zin, vandaar wellicht de term streepjes. (De ironische lading van die term in dit verband is voor de humorist Janssen gefundenes Fressen.) In de tweede helft van de compositie (die in zijn geheel ca. tien minuten duurt) kiest Janssen voor een andere opbouw: niet de plotloze wereld en de kale harmonieën van de eerste helft, vermoedelijk geïnspireerd door John Cage, maar een verloop dat toewerkt naar een dramatische climax. Alsof Janssen wilde laten zien dat met de taal van Cage (die rigoureus wilde breken met het ontwikkelingsdenken in de westerse muziek) wel degelijk ook een ontwikkeling gecreëerd kan worden. Het is in ieder geval, zeker in Nederland, een van de eerste kwartetten geschreven na dat van John Cage, waarin een componist creatief reageert op de 'anti-westerse' uitgangspunten van Cage, in een medium dat destijds, waarschijnlijk juist vanwege zijn associaties met het klassiek-romantische ontwikkelingsdenken, bij veel modernistische componisten niet sterk in de belangstelling stond.