peter jan wagemans: strijkkwartet 1
Matangi Quartet
Peter-Jan Wagemans Strijkkwartet nr. 1 (1997) Peter-Jan Wagemans heeft een langdurige en ingrijpende ontwikkeling doorgemaakt. Tijdens zijn studie verdiepte hij zich uitvoerig in de gevolgen van het opgeven van de klassieke tonaliteit. Hij zag in dat het houvast in tonaliteit op meer gebaseerd is dan alleen de harmonie en zocht naar een eigen vorm van samenhang, overigens zonder die al te systematisch te presenteren, en met een liefde voor het barokke in de zin van het overdadige. In zijn vroegste werken lijkt hij er vooral op uit een voelbare cadans en een vaste puls zoveel mogelijk te frustreren. Met de jaren verdween enigszins die behoefte tot ontregeling, maar bleef de neiging tot overdaad. Hij vermengt graag elementen uit vele stijlen (evenals zijn grote held Bernd Alois Zimmermann) en een veelheid van heterogene elementen springt meer in het oog dan een beperking tot een klein aantal. Dit principe hanteerde hij op grote schaal in zijn Zevende symfonie (die een klein uur duurt) en op kleine schaal in zijn Strijkkwartet (dat ruim een half uur duurt). Ondanks de bezetting van louter strijkers is de compositie amper minder heterogeen. En dat meteen al in het eerste deel. De verscheidenheid aan texturen is enorm, de overgangen zijn even talrijk als abrupt en de voornaamste bindende factoren zijn het hoge tempo en de toepassing van een soort tonaliteit die de harmonie een als onbewust ervaren verband geeft. De titel van het tweede deel Organum is ontleend aan middeleeuwse muziek. Wagemans maakte eerder een instrumentatie van stukken van Guillaume de Machaut en hanteert hier middeleeuwse technieken, zoals parallelle lijnen in diverse stemmen en een nadrukkelijk gebruik van lang aangehouden orgelpunten. Voor de overige delen zocht hij zijn inspiratie elders. 'Give me the wings of faith to rise' kenmerkt zich door vele toonsherhalingen en zachte klanken. 'Fiery the angels fell' is een uitspraak van de androïde Roy Batty die in de film Blade Runner zijn schepper vermoordt; in dit deel ontstaan veel harmonieveranderingen doordat in akkoorden voortdurend noten verschijnen en verdwijnen. Kenmerkend voor alle delen is het overwicht van de harmonie boven het contrapunt. Ritme is belangrijker dan melodie; continuïteit is, ondanks de verscheidenheid aan texturen, cruciaal. Het accent is verlegd van de soms hortende overdaad naar de lange lijn. Lees meer