Hout: Leden van het Nationaal Jeugd Orkest olv Martin Fondse | Hoketus: Asko|Schönberg


Louis Andriessen's Hoketus (uitgevoerd door Akso|Schönberg) is exemplarisch voor de NL ensemblecultuur: uitgevoerd zonder dirigent, geschreven op de capaciteiten van de individuele musici, en een volledig commitment eisend. Hoketus is vooral bijzonder lastig om te spelen. 2 identieke groepen staan tegenover elkaar op het podium en spelen identiek materiaal, maar nooit tegelijk.

De korte patronen haken in elkaar tot een geheel. De naam Hoketus verwijst dan ook naar het woord 'hoketeren', een techniek die in bepaalde soorten volksmuziek wordt toegepast en waarbij 'de ene stem zingt als de andere stem zwijgt'. Het strakke ritme vereist een volledige concentratie van de musici, wat wordt benadrukt doordat ze, afgezien van de twee pianisten, staande musiceren. Minstens even theatraal is het geluid dat als in een tenniswedstrijd over het podium heen en weer schiet. De duur van het stuk varieert van 25 tot 50 minuten: de musici beslissen zelf wanneer ze overstappen op een volgend patroon. [ontleend aan een toelichting van Jacqueline Oskamp]

Hoketus is het resultaat van een minimal art project waar Andriessen in januari 1977 op het Conservatorium in Den Haag mee begon. Doel was om de geschiedenis van de Amerikaanse avant-garde, zowel theoretisch als praktisch door te nemen, met de opzet om bestaande minimal composities uit te voeren en zo niet alleen de eigenschappen ervan te onderzoeken, maar ook met een tegengeluid te komen. Met Hoketus introduceerde Andriessen een eigen minimalisme dat ver verwijderd is van de afstandelijke, ontspannen aard van veel Amerikaanse minimal music uit die tijd, "inclusief de bijbehorende kosmische onzin".

In Hoketus spelen: Renato Freyggang, Patricio Wang, panfluit | Michiel van Dijk, David Kweksilber, saxofoon | Gerard Bouwhuis, Cees van Zeeland, piano | Saskia Lankhoorn | Pauline Post, fortepiano | Joey Marijs, Niels Meliefste, slagwerk.

Ook Hout (uitgevoerd door het NJO) is vintage-Andriessen. Met een bezetting van tenorsax, gitaar, piano, marimba en woodblocks doet het 10 minuten durende stuk zijn naam eer aan. Hoewel de compositie feitelijk aan een strikte canonstructuur beantwoordt, zitten de afzonderlijke stemmen elkaar zo dicht op de huid dat zij lijken samen te smelten tot een en dezelfde unisono-melodie met auditieve 'after-images' of 'vertakkingen'. Die 'vertakkingen' kunnen ook opgevat worden als de takken van een boom, wat dan het gebruik van de vele houten instrumenten- en daarmee ook de titel van het stuk zou verklaren.