Symphonie Orkest van het Koninklijk Conservatorium olv Jac van Steen


In september 1906, twee maanden nadat Anton Webern als musicoloog was gepromoveerd, overleed zijn moeder. Zijn loopbaan zou door deze tragische gebeurtenis even indringend beïnvloed worden als door de vriendschap met zijn leermeester Arnold Schönberg. In een brief aan Schönberg van juli 1912, schrijft Webern "de nagedachtenis aan haar is de bron van bijna al mijn composities.

De Sechs Stücke für Orchester, 
gecomponeerd in 1909, is het eerste bewijs van Webern's verwoede pogingen om het verlies van zijn moeder muzikaal te verwerken. In een toelichting op een uitvoering in juni 1913 schrijft hij: "Het eerste stuk loopt vooruit op een ramp; in het tweede wordt die verwachting bevestigd; het derde is heel teder van aard en de inleiding tot het vierde stuk: een treurmars; vijf en zes vormen tezamen een epiloog van herinneringen en berusting. Maar Webern is niet tevreden. In augustus 1928 bewerkt hij de partituur door alles wat hem als overbodig en extravagant voorkomt eruit weg te schrappen.