inleiding tot editie 35 en het symposium 'the age of boulez'


Editie 35 vindt plaats op zaterdag 28 maart. Het symposium 1 dag later, op zondag 29 maart

Inleiding op het programma van deze editie, door Etty Mulder en Thea Derks

Dag in de Branding werkt samen met de Stichting Pierre Boulez, die op zondag 29 maart een symposium organiseert onder de titel 'The Age of Boulez'. Dit symposium vindt plaats in het Koninklijk Conservatorium, Juliana van Stolberglaan 1 te Den Haag.
Sprekers zijn Hans Ester, Etty Mulder, Catherine Steinegger, Francois Meimoun, Manuel Farolfi, Thea Derks, Elmer Schönberger, Maarten Brands, Emanuel Overbeeke, Eveline Nikkels, Wim Markus, Laurens van der Heyden.

www.stichtingpierreboulez.nl
claude debussy: prelude á l'après midi d'un faune
 
Asko|Schönberg o.l.v. Etienne Siebens

 'Met Debussy's Prélude à l'après-midi d'un faune ontwaakte de moderne muziek,' vond Pierre Boulez. In dit orkestwerk uit 1894 overschreed Debussy de heersende vorm- en harmonieregels. Het werk klinkt als een improvisatie, een woekering van melodielijnen en akkoorden die geleidelijk verstrengeld raken – geheel in lijn met het droomachtige, mild-erotische gedicht van Stéphane Mallarmé waarop het gebaseerd is. Boulez zelf was vijftig jaar en twee wereldoorlogen later een radicaal wederopbouwer – en puinruimer, want hij wilde alle sporen van de traditie uitwissen.

Twee oudere componisten erkende hij als zijn gidsen: Anton Webern, die volstrekt abstracte, atonale muziek schreef (voortbouwend op diens leermeester Schönberg), én Debussy. Die streefde naar eigen zeggen naar 'vrije, beweeglijke muziek met voortdurend veranderende kleuren, vormen en ritmes' – en dat is precies wat Boulez in zijn Improvisations sur Mallarmé realiseert. Oorspronkelijk schreef hij deze stukken voor sopraan en slagwerk; in de ensembleversie kregen de percussieklanken meer harmonische kleur, al laat Boulez de toonhoogte van de te spelen noten soms bewust in het midden.

Tekst: Michiel Cleij / eindredactie: Elmer Schönberger

Jeannette Landré, fluit/piccolo
Mirjam Teepe, fluit
Evert Weidner, hobo
David Kweksilber, klarinet/basklarinet
Pierre Woudenberg, klarinet
Gerard Bouwhuis, celesta
Sepp Grotenhuis, piano/harmonium
Godelieve Schrama, harp
Ger de Zeeuw, slagwerk
Joseph Puglia, viool
Wim de Jong, viool
Bernadette Verhagen, altviool
Hans Woudenberg, cello
Quirijn van Regteren Altena, contrabas
pierre boulez: improvisation I & II
 
Asko|Schönberg o.l.v. Etienne Siebens | Katrien Baerts, sopraan

'Met Debussy's Prélude à l'après-midi d'un faune ontwaakte de moderne muziek,' vond Pierre Boulez. In dit orkestwerk uit 1894 overschreed Debussy de heersende vorm- en harmonieregels. Het werk klinkt als een improvisatie, een woekering van melodielijnen en akkoorden die geleidelijk verstrengeld raken – geheel in lijn met het droomachtige, mild-erotische gedicht van Stéphane Mallarmé waarop het gebaseerd is. Boulez zelf was vijftig jaar en twee wereldoorlogen later een radicaal wederopbouwer – en puinruimer, want hij wilde alle sporen van de traditie uitwissen.

Twee oudere componisten erkende hij als zijn gidsen: Anton Webern, die volstrekt abstracte, atonale muziek schreef (voortbouwend op diens leermeester Schönberg), én Debussy. Die streefde naar eigen zeggen naar 'vrije, beweeglijke muziek met voortdurend veranderende kleuren, vormen en ritmes' – en dat is precies wat Boulez in zijn Improvisations sur Mallarmé realiseert. Oorspronkelijk schreef hij deze stukken voor sopraan en slagwerk; in de ensembleversie kregen de percussieklanken meer harmonische kleur, al laat Boulez de toonhoogte van de te spelen noten soms bewust in het midden.

Tekst: Michiel Cleij / eindredactie: Elmer Schönberger

Jeannette Landré, fluit/piccolo
Mirjam Teepe, fluit
Evert Weidner, hobo
David Kweksilber, klarinet/basklarinet
Pierre Woudenberg, klarinet
Gerard Bouwhuis, celesta
Sepp Grotenhuis, piano/harmonium
Godelieve Schrama, harp
Ger de Zeeuw, slagwerk
Joseph Puglia, viool
Wim de Jong, viool
Bernadette Verhagen, altviool
Hans Woudenberg, cello
Quirijn van Regteren Altena, contrabas

Slagwerk Den Haag
Fedor Teunisse
Niels Meliefste
Joey Marijs
Pepe Garcia
Ryoko Imai

Lees meer (Matthias Pintscher, opvolger van Boulez bij het Ensemble Inter Contemporain, over Pli selon pli)
karlheinz stockhausen: refrain
    
Asko|Schönberg en Slagwerk Den Haag o.l.v. Etienne Siebens

Ook Boulez' generatiegenoot Karlheinz Stockhausen wilde rond 1950 de muziek opnieuw uitvinden. Hij maakte gretig gebruik van elektronica, maar ook in akoestische werken zocht hij ongebruikelijke klanken. In Refrain – deels gecomponeerd, deels een improvisatiestuk – bespelen de musici niet alleen verschillende instrumenten (waaronder koebellen, woodblocks en crotales) maar gebruiken ze ook hun stem. Het vervreemdende klankbeeld dat zo tot stand komt wordt op onregelmatige momenten doorbroken door een min of meer vast refrein.

Tekst: Michiel Cleij / eindredactie: Elmer Schönberger

Jeannette Landré, fluit/piccolo
Mirjam Teepe, fluit
Evert Weidner, hobo
David Kweksilber, klarinet/basklarinet
Pierre Woudenberg, klarinet
Gerard Bouwhuis, celesta
Sepp Grotenhuis, piano/harmonium
Godelieve Schrama, harp
Ger de Zeeuw, slagwerk
Joseph Puglia, viool
Wim de Jong, viool
Bernadette Verhagen, altviool
Hans Woudenberg, cello
Quirijn van Regteren Altena, contrabas

Slagwerk Den Haag
Fedor Teunisse
Niels Meliefste
Joey Marijs
Pepe Garcia
Ryoko Imai
maurice ravel: trois poèmes de malarmé
   

Asko|Schönberg o.l.v. Etienne Siebens | Katrien Baerts, sopraan

Met Debussy's Prélude à l'après-midi d'un faune ontwaakte de moderne muziek,' vond Pierre Boulez. In dit orkestwerk uit 1894 overschreed Debussy de heersende vorm- en harmonieregels. Het werk klinkt als een improvisatie, een woekering van melodielijnen en akkoorden die geleidelijk verstrengeld raken – geheel in lijn met het droomachtige, mild-erotische gedicht van Stéphane Mallarmé waarop het gebaseerd is. Boulez zelf was vijftig jaar en twee wereldoorlogen later een radicaal wederopbouwer – en puinruimer, want hij wilde alle sporen van de traditie uitwissen.

Twee oudere componisten erkende hij als zijn gidsen: Anton Webern, die volstrekt abstracte, atonale muziek schreef (voortbouwend op diens leermeester Schönberg), én Debussy. Die streefde naar eigen zeggen naar 'vrije, beweeglijke muziek met voortdurend veranderende kleuren, vormen en ritmes' – en dat is precies wat Boulez in zijn Improvisations sur Mallarmé realiseert. Oorspronkelijk schreef hij deze stukken voor sopraan en slagwerk; in de ensembleversie kregen de percussieklanken meer harmonische kleur, al laat Boulez de toonhoogte van de te spelen noten soms bewust in het midden.

Ook de wonderlijke, hier en daar tegen atonaliteit aanschurende Ravel-liederen die hier klinken zijn geïnspireerd op poëzie van Mallarmé – volgens hem 'de dichter die woorden loszong van hun knellende betekenis'. Misschien kun je die woorden als de sleutel tot dit programma opvatten: woorden zijn niet alleen bedoeling, maar ook klank, en klank is iets wat de fantasie de vrije loop laat. Boulez en Stockhausen wilden het publiek uit hun comfort zone trekken en nieuwe waarnemingen bieden. Mallarmé, Debussy en Ravel waren op dat vlak de pioniers. Ze zochten een 'uitdrukking voor wat niet uitgedrukt kon worden'. Dat is tijdloos en neemt altijd nieuwe vormen aan.

- Soupir to Igor Stravinsky 
- Placet futile to Florent Schmitt 
- Surgi de la croupe et du bond to Erik Satie

Jeannette Landré, fluit/piccolo
Mirjam Teepe, fluit
Evert Weidner, hobo
David Kweksilber, klarinet/basklarinet
Pierre Woudenberg, klarinet
Gerard Bouwhuis, celesta
Sepp Grotenhuis, piano/harmonium
Godelieve Schrama, harp
Ger de Zeeuw, slagwerk
Joseph Puglia, viool
Wim de Jong, viool
Bernadette Verhagen, altviool
Hans Woudenberg, cello
Quirijn van Regteren Altena, contrabas

Tekst: Michiel Cleij / eindredactie: Elmer Schönberger
steve reich: drumming
 

Aanvang 15:30 in de foyer van het theater | Slagwerk Den Haag

In 1970 bezocht Steve Reich, minimal music-componist van het eerste uur, Afrika. Het was niet alleen een onvergetelijke kennismaking met dit continent, maar het bood hem ook de inspiratie voor een van zijn bekendste en meest spectaculaire vroege werken: Drumming. Wat begint met vier bongo's die een heel verhaal vertellen met één ritmisch motief, groeit uit tot een groots swingend en kleurrijk ensemblewerk. Voor Slagwerk Den Haag is Drumming een van de centrale werken van het repertoire. Het gezelschap weet van het werk een ware belevenis te maken. 'A really nice bunch of killer musicians' noemde de Amerikaanse componist Michael Gordon het 35 jaar oude ensemble al eens. En daar is niets te veel mee gezegd. Minimal music met maximaal resultaat.

Slagwerk Den Haag is gefascineerd door alles wat te maken heeft met geluid, puls en materialen als klankbron. Het zijn podium-bespelers én multi-inzetbare (co)creators. Als uitvoerders spelen ze in elke denkbare setting. Op het traditionele instrumentenarsenaal, maar ook op porselein, paardenkaken, glas of 3D-geprinte instrumenten. SDH werkt samen met kunstenaars en makers van nu. In hun projecten reflecteren ze op de nieuwste ontwikkelingen en gaan ze actief op zoek naar het onontdekte.

Felicia van den End, piccolo fluit Pauline Doolaard, Ginette Puylaert, zang Fedor Teunisse, Niels Meliefste, Joey Marijs, Pepe Garcia, Marianna Soroka, Alfonso Salar, Sergi Sempere, Antonio Peirna Garca, Marcel Andriessen, slagwerk.