louis andriessen: de tijd
      
Residentie Orkest en Studenten van het Koninklijk Conservatorium o.l.v. Reinbert de Leeuw

Reinbert de Leeuw, de éminence grise van de hedendaagse muziek, kreeg bij zijn 75ste verjaardag een cadeau van het Residentie Orkest. Vijf jaar lang mag hij zelf uitgekozen sleutelwerken uit de twintigste eeuw uitvoeren. Het eerste concert uit de reeks begint met de reusachtige klap van de Big Bang uit De Tijd, Andriessens muzikale onderzoek naar tijdsperceptie. Boulez werd geïnspireerd door Rituelen, rites en ceremonies bij het schrijven van Rituel.

Sommetjes maken en uitstellen
'Het dirigeren van De Tijd van Louis Andriessen is een kwelling' aldus Reinbert de Leeuw. En beetje masochistisch kun je het wel noemen dat De Leeuw dit werk zelf heeft uitgekozen om weer uit te voeren. Die kwelling heeft te maken met het onverbiddelijke langzame tempo dat je 41 minuten moet volhouden en dat je als dirigent geen enkele vrijheid hebt.

Louis Andriessens inspiratie komt vaak uit boeken. Zo is De Staat (1976) gebaseerd op Plato's gelijknamige boek, Mausoleum (1979) op teksten van Bakoenin, en De Tijd baseerde hij onder meer op De belijdenissen (4e eeuw) van Augustinus en Dantes Goddelijke komedie (14e eeuw). De Tijd gaat over de wat tijd is, de muzikale beleving van tijd en filosofie van tijd. Eind jaren '70 heeft Andriessen een gevoel gehad dat De Tijd stilstond; een mengeling van extase en liefde, een sterk bewustzijn dat enkele seconden duurde. De korte mystieke ervaring leek een eeuwigheid te duren. Dit bracht hem ertoe De Tijdsperceptie te onderzoeken. Vooral de relatie tijd – eeuwigheid boeide hem. Hij ging te rade bij Einstein, Newton en Reichenbachs Space-Time Theory (1928), maar dit was hem te ingewikkeld en hij kwam uiteindelijk uit bij de middeleeuwse boeken van Ockham, de visioenen van Hadewijch en Augustinus en Dante. Na twee jaar inlezen over het omvangrijke onderwerp 'tijd' schreef Andriessen pas de eerste noot op papier. Hij zette de volgende tekst van de kerkvader Augustinus op muziek: 'Wat immers is De Tijd? Wanneer iemand het mij vraagt, weet ik het. Wanneer ik het iemand die het mij vraagt zou willen verklaren, weet ik het niet.'

Naast literair-filosofische invloeden, spelen getalsverhoudingen een grote rol in Andriessens muziek. Hij begint het componeren met 'sommetjes maken' en akkoorden uitzoeken, zoals een kok vóór het koken de kruiden op een rijtje zet. De verhoudingen van De Tijd zijn afgeleid van de afmetingen van de kathedraal van Reims. De ruimte is in klank omgezet. De getallen 2 en 3 en de verhouding hiertussen spelen een belangrijke rol in het stuk. In de middeleeuwen werd muziek verdeelt in tweedelige en driedelige maatsoorten: tempus imperfectum en tempus perfectum. De laatste werd aangegeven door een cirkel, iets zonder begin en einde, en deze verbindt Andriessen met het metafysische denken en de open vorm. Het tempus imperfectum verbindt Andriessen met regelmatige onderverdelingen.

Het werk is gebaseerd op de combinatie van twee verschillende tempi waarvan de uitkomst tot in het kleinste detail gecontroleerd is. Alles lijkt hetzelfde te blijven, maar er zitten nauwelijks waarneembare versnellingen in. Over de beleving van de luisteraar zegt Andriessen: 'Ik denk dat de luisteraar wel degelijk vermoedt dat de vorm van het stuk streng gecalculeerd is, maar ik denk ook dat dat er essentieel voor hem niet toe doet. Er zullen maar weinig mensen de aanvechting hebben om het stuk 'na te tellen'. Ik beschouw dat als een kwaliteit.'

In De Tijd zijn er twee groepen die elkaar afwisselen. Een vrouwenkoor dat in tweeën is verdeeld zingt een Augustinus-tekst. Omdat het zo langzaam gaat, moet het door twee groepen worden gezongen, anders zouden de zangers in ademnood raken. De Latijnse tekst wordt zo traag gezongen dat hij niet te verstaan is. Dit in tegensteling tot het romantische lied waarbij de tekst juist centraal staat. Reinbert de Leeuw vergelijkt De Tijd met Les Noces van Stravinsky waarbij het tempo ook een ritueel is, de tekst nauwelijks te verstaan is en waarin eveneens klokken voorkomen. De instrumentale bezetting van De Tijd is ook bijzonder: het zijn twee elkaar spiegelende groepen met allebei een piano, slagwerk en harp die samen een 'klok' vormen. Het werk is niet alleen voor de dirigent een kwelling, maar ook voor de musici. De zes trompettisten moeten bijvoorbeeld 25 minuten wachten voor ze moeten inzetten en de fluitisten spelen juist heel lang achter elkaar.
Volgens De Leeuw gaat De Tijd over uitstellen: 'Hoe lang kun je een noot of een akkoord uitstellen om te zorgen dat het je werkelijk raakt? Andriessen heeft vooral een obsessie met het uitstellen van basnoten, maar als hij eenmaal komt, dan komt-ie ook werkelijk. Dat maakt het werk indrukwekkend.'

Ruben Heimans
 
 
pierre boulez: rituel

Residentie Orkest en Studenten van het Koninklijk Conservatorium o.l.v. Reinbert de Leeuw

Pierre Boulez is een van de belangrijkste avant-garde componisten en dirigenten van na de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk zou hij exacte studies gaan volgen, maar hij ging naar het Parijse conservatorium waar bij Olivier Messiaen studeerde. Hij bestudeerde de twaalftoontechniek en componeerde seriële muziek zoals Structures voor twee piano's (1952) waarin behalve toonhoogte ook andere parameters vastgelegd werden. Vanaf zijn Derde Pianosonate (1957) schrijft hij stukken met 'gecontroleerde kans', aleatoriek genoemd, waarbij musici meer vrijheid hebben dan de strenge seriële muziek. Hij gaat hierin echter niet zover als John Cage, waarbij de uitvoerenden volledig vrij zijn in wat ze spelen. Bij Boulez kunnen de musici kiezen uit verschillende noten die de componist gedetailleerd heeft opgeschreven. Zijn Rituel in memoriam Bruno Maderna is hiervan een voorbeeld. Maderna, die in 1973 op zijn 53e overleed, was een bevriende collega-componist en dirigent van Boulez.

Rituel ging in 1975 onder leiding van Boulez in Londen in première. Hij beschreef het werk als 'een ceremonie van het geheugen, waarin verschillende herhalingen van formules steeds in een ander perspectief opduiken'.
De muziek is zeer systematisch en roept een ritueel op. Het werk bestaat uit acht instrumentgroepen, waarbij elke groep geleid wordt door een slagwerker en het geheel door de dirigent. Elke groep heeft echter wel zijn eigen tempo. Terwijl in De Tijd van Andriessen slechts twee tempi gelijktijdig voorkomen, zijn dat er bij Rituel maar liefst acht! De tonale structuur bestaat uit een serie van zeven tonen die overeenkomen met de letters van de naam 'Maderna'. Het stuk bestaat uit twee grote secties waarin een couplet-refreinstructuur in verschillende gedaantes opduikt. Doordat de groepen in tempo onafhankelijk van elkaar spelen ontstaat er een caleidoscoop van ritmes en melodieën die over elkaar schuiven. De combinatie van logica en spontaniteit maakt Rituel tot een bijzondere muzikale ervaring en een waardig eerbetoon aan een te vroeg overleden vriend.

Ruben Heimans