seizoen dick raaijmakers 2014 -15 / EDITIES 33 / 34 / 35 / 36
Een prikkelende aanzet tot beschouwing en bespiegeling
Het besluit om het seizoen 14/15 in het teken van het oeuvre van Dick Raaijmakers te zetten, werd genomen kort voor ons het droeve bericht bereikte dat deze Haagse kunstenaar was overleden. De Johan Wagenaar Stichting heeft ervoor gekozen om het werk van Raaijmakers, bijna in een 'natuurlijke rol' zoals de componist/denker/theatermaker die zelf zo vaak heeft vervuld, het becommentariërend contrapunt te laten zijn van vier EDITIES Dag in de Branding op rij. De publicatie Cahier M, kleine morfologie van de elektrische klank is leidraad bij de programmakeuzes. Zo komt een aantal van zijn stukken wellicht nog het meeste tot zijn recht: als prikkelende aanzet tot beschouwing en bespiegeling. 

In samenspraak met Kees Tazelaar, Raaijmakers expert bij uitstek en gastprogrammeur, is voor de EDITIES: 33, 34, 35 en 36 een programma samengesteld dat in het teken staat van Raaijmakers als pionier en inspirator én in het bijzonder als voorbeeldige 'Homo Ludens', de met alle elementen spelende mens. Elke editie krijgt een overkoepelend thema, steeds van commentaar voorzien door werk van Raaijmakers. Naast (zelden uitgevoerd) werk van Raaijmakers zelf worden onder meer Ontketening 2 (editie 36), van zijn collega-pionier Jan Boerman, Kreuzspiel (editie 36) van Karlheinz Stockhausen en Match (editie 36) van Mauricio Kagel uitgevoerd.

Er heeft altijd een nauwe band bestaan tussen de Johan Wagenaar Stichting (JWS) en Dick Raaijmakers, één van de grondleggers van de Nederlandse elektronische muziek die als multimediakunstenaar zijn tijd ver vooruit is geweest en een oeuvre heeft nagelaten van een dusdanige originaliteit dat het wereldwijd zijn gelijke niet kent De eerste editie van het door de JWS georganiseerde Festival in de Branding (sinds 2006 het festival voor nieuwe muziek Dag in de Branding (DidB) was gewijd aan het werk van deze veelzijdige pionier, aan wie in 2004 de Johan Wagenaar Prijs werd verleend, als waardering voor zijn permanent inspirerende oeuvre. De band met de persoon en het werk van Raaijmakers werd in 2009, tijdens de 9de editie van Dag in de Branding, opnieuw aangehaald, nu met de presentatie van zijn Grafische Methode Fiets – in samenwerking met het TodaysArt Festival, Steim en het intituut voor instabiele media V_2.
vier fanfares | "het verwerpelijke allooi van de diagonaliteit"

Vier Fanfares
(tape) is een op zichzelf staand werk van Dick Raaijmakers. Maar dat is niet altijd zo geweest. Als we de geschiedenis ervan bekijken zien we dat het een overblijfsel is van een groter geheel: De Promenair van Mondriaan, een spraakmakend project dat door Raaijmakers in 1995 op het Koninklijk Conservatorium werd gerealiseerd: een virtuele realisatie van Mondriaans plannen voor een 'neoplastische' muziek.

De kern van wat in de dertiger jaren van de vorige eeuw door figuren als Karel van Goeyvaerts (ontwikkelaar van het serialisme) en na de tweede wereldoorlog door prominenten als KarlHeinz Stockhausen en Pierre Boulez (ook theoretisch) is uitgewerkt, werd in 1924 in nummer IV van het tijdschrift De Stijl door Mondriaan al als theorie gepubliceerd - en door van Domselaer in zijn onvolprezen experiment Proeven van Stijlkunst op muziek gezet. Mondriaan was in het bijzonder op zoek naar een tussenvorm, een (overgangs) gebied tussen muziek en beeldende kunst (het gebied waar Dick Raaijmakers later als geen ander zijn unieke stempel op zou drukken): de 'neoplastische muziek'. Bedoeld werd een nieuwe, (ook te visualiseren) concrete en zakelijke vorm van muziek, die gegenereerd zou moeten worden door twee 'velden': een veld mét en een veld zónder een te reguleren toonhoogte. Daarbij genereerde het veld mét regulatie drie 'tegengestelde klankkleuren': rood, geel en blauw. Het veld zonder regulatie genereerde de kleur(toon)loze 'schaduwakkoorden': zwart, grijs en wit. Het overheersende principe voor beide velden was dat het volume niet aangepast mocht worden. Horizontale en verticale omkeringen van de toonreeksen waren toegestaan, maar crescendi of tempowisselingen (Mondriaan noemde dit 'diagonalen') waren uit den boze.

In 1994 zijn deze opvattingen in De Promenair van Mondriaan in de praktijk gebracht. Met experimenele software werd Nummer 5 van Van Domselaer's Proeven van Stijlkunst via een serie ruimtelijk opgestelde luidsprekers ver- en getoond. Om de statische en indringende aard van de rode-, gele- en blauwe- te benadrukken werden de originele pianoklanken van Nummer 5 vervangen door opnames van lang aangehouden trompet-, trombone -en tuba klanken. Om ook de schaduwakkoorden (wat Stockhausen Negativklänge noemde) te kunnen voortbrengen, ontwikkelde Raaijmakers zijn Vier Fanfares. Op de vraag of hij daarmee het voor het welslagen van De Promenoir beoogde doel ook wist te bereiken, geeft hij in een essay uit 1998 het volgende antwoord: "Terwijl de rode gele en blauwe tonen makkelijk en ruimtelijk waren te combineren, bleek dit met de schaduwakkoorden zo goed als onmogelijk te zijn."

Naar eigen zeggen bevrijdde Dick Raaijmakers daarmee de Vier Fanfares uit De Promenoir - waarbij hij het antwoord op de vraag of ze in hun zelfstandigheid kunnen overleven, overlaat aan de luisteraar.

Bron: Guidebook bij 'The complete tape music of Dick Raaijmakers'
t-heo van v-elzen
Uitvoering: Kees Tazelaar
Raaijmakers' compositie T-heo van V-elzen, een "Een proeve van retro spraak", stamt uit mei 1986. Het is een bandopname van achterstevoren uitgesproken woorden en zinnen. Omdat de band ook achterstevoren wordt afgespeeld, klinken de achterstevoren opgenomen woorden en zinnen vloeiend en zijn ook goed te verstaan. De compositie werd gemaakt ter gelegenheid van het afscheid van Theo van Velzen als directeur van het Haagse Gemeentemuseum.
ballade erlkönig | projecties en klankregie: johan van kreij

Ballade Erlkönig is ontstaan door enkele honderden op tape vastgelegde radiosignalen uit het kortegolfgebied in allerlei configu-raties en volgorden op tape af te draaien en te mixen. Het van oorsprong zeer uitgebreide en nauwgezet gecatalogiseerde arsenaal van kortegolfgeluiden was opgezet als een soort reservoir waaruit bij de voltooiing van Radioproject geput zou kunnen worden. Toen de voorgenomen realisatie van dit project niet haalbaar bleek, bleef het reservoir aan radiogeluiden ongebruikt.  Deze in wezen ondefinieerbare radiotelegrafische en – telefonische signalen uit het kortegolfbereik fungeren als evenzovele overlevings-tekens uit de sloppenwijken van het etherrijk. Onafgebroken nemen deze onbegrijpelijke tekens de gedaante aan van multi-interpretabele seintjes, ruisjes, rafeltjes, toontjes, akkoordjes en onverstaanbare menselijke stemmen. In dit sciencefictionachtige schimmenrijk heerst de roep, minder de spraak en het minst de muziek.

Raaijmakers heeft op een ochtend al deze geluiden in een snel en wild proces aaneen gemixt tot een muziekstuk op tape van 23,5 minuten. Achteraf bleek deze handelswijze te hebben geleid tot het ontstaan van een onvervalste epische ballade, hoewel dat niet de opzet van het project was. Integendeel, de oorspronkelijk nagestreefde open vorm van Radioproject sloeg in het componeerproces om in z'n radicale tegendeel, namelijk een zich lineair afwikkelend, consistent drama.

De dramatische 'contour' van de uiteindelijke mixage op band bleek een frappante overeenkomst te vertonen met die van Goethe's befaamde ballade Erlkönig, Wellicht was dit een kwestie van hineininterpretieren, maar de paralellen zijn onmiskenbaar. Alles inclusief de ontknoping, alle strofen, alle wisselingen van stemmingen, alle aanduidingen en interpretaties die de vader, het jongetje en Erlkönig ten beste geven, alle natuurgeluiden, alle spookachtige geluiden, kortom álles wat zich in de oorspronkelijke ballade voordoet, valt precies met de in een creatieve eruptie ontstane 'gebeurtenissen 'op de band samen. 

Om dit onvermoed samengaan van Goethe's verhaal met de labyrintische kortegolfgeluiden te benadrukken worden tijdens publieke uitvoeringen van Ballade Erlkönig op het niveau van een muziektheatrale omgeving getild. Het is in deze vorm tal van keren voor publiek vertoond. In de dramatische mise-en-scène waarin beeld en gelid van de ballade zijn samengevoegd, is het amalgaam van radiogeluiden het onherbergzame gebied vol duisternis en dreiging waarin een doodziek jongetje door zijn vader tijdens een snelle en nachtelijke rit te paard naar een hofstede wordt gebracht. De elfenkoning, de vader en het zoontje communiceren tijdens de rit niet zo goed met elkaar en interpreteren ieder op eigen wijze het aan hen voorbijtrekkende nachtelijke landschap en de daarmee samenhangende lotsbestemming van het jongetje. Ballade Erlkönig doet daarvan verslag en vertolkt de steeds wisselende stemmingen van het drietal. (zie het minuten-draaiboek bovenaan). 

Als de stofwolken die de vader dwars door het land der taal- en muzieklozen heeft doen opdwarrelen enigszins verwaaid zijn, en het rijk van Erlkönig met zijn feeën, zeeën, draperieën, fantomen en illusies voor de ogen van het medeplichtige zoontje ineenstort, door toedoen van wat nu een verwaarloosd griepje zouden noemen, blijft het gezang uit de ether onafgebroken doorgaan en berichten doorgeven over een grauw en uitzichtloos voortbestaan. 
Uit: Dick Raaijmakers - Monografie
der fall leiermann | uitvoering: gilius van bergeijk


Der Fall Leiermann
is in 1991 geschreven voor een solo-uitvoerder die in een spotlight op een stoeltje in een verder donkere omgeving een zogenaamde 'draairecorder' bespeelt. Deze draairecorder is het restant van een oude Amerikaanse bandrecorder waaruit de motoren zijn weggesloopt. Het bandtransport geschiedt uitsluitend op handkracht door middel van een op de recorder geplaatste slinger. Het zo regelmatig mogelijk ronddraaien van de slinger om daarmee het op de band opgenomen lied van Schubert Der Leiermann toonzuiver te kunnen weergeven vergt van de draaier een enorme inspanning.

Het is een prachtig voorbeeld van het conceptuele denken van Dick Raaijmakers: een lied over de bespeler van een draaiorgel afspelen op een tot draaiorgel getransformeerde bandrecorder, met dramatisch muziektheater als gevolg.

Het volledige muziektheaterstuk Der Fall Leiermann bestond uit 3 delen, gebaseerd op het slot van de televisiefilm Mit meinen heiszen Tränen (1986) van Fritz Lehner. In het eerste deel van Der Fall Leiermann wordt Schubert achtervolgd door de dood, die zich in de gedaante van een invalide zwerver moeizaam voortbeweegt op een houten loopfiets. Op het moment dat de Schubert-figuur een lange steile stenen trap afdaalt naar een binnenplaats van een oud Weens woonblok kan de zwerver hem vrijwel onmogelijk volgen. Beneden aangekomen blijft Schubert met zijn rug naar de trap stilstaan en wacht af hoe de zwerver met zijn fiets het karwei van de levensgevaarlijke afdaling zal klaren. Daarmee daagt hij de dood uit hem (in) te halen. Bij deze scene begint in Der Fall Leiermann de Leiermann-figuur te draaien aan zijn draairecorder.

Der Fall Leiermann ging deel uitmaken van de grotere muziektheaterwerken Dépons/Der Fall uit 1992 en Der Fall/Dépons uit 1993. Pas in 1996 werd Der Fall Leiermann in zijn oorspronkelijke vorm in Utrecht uitgevoerd als onderdeel van het programma Solo für … Ook werden uitvoeringen van Der Fall Leiermann gebracht waarbij het werk tot de essentie – het spelen van het Schubertlied op de draairecorder – werd teruggebracht. Dit is wat wij op 13 december 's middags in Korzo gaan horen en zien.
jaqueline oskamp: op zoek naar een vergeten toepassing
Raaijmakers' eigen uitspraken bezorgen zelfs ingewijden nog hersenjeuk ...
Als poezen met zichzelf spelen, waarom kunnen luidsprekers dat dan niet? In het geval van componist en ideeënkunstenaar Dick Raaijmakers is de vraag veelzeggend voor de vraagsteller. Vragen naar de onbekende weg is de drijvende kracht achter Raaijmakers kunst. "Kunstenaars zijn eigenlijk idioten", zegt hij. "Een professioneel idioot concentreert zich op één ding, en kunstenaars zijn net zo."
In de NPS-documentaire Op Zoek naar een vergeten Toepassing van regisseur Jacqueline Oskamp zien we Raaijmakers als jeugdig pionier van de elektronische muziek aan het werk in het laboratorium van Philips en als pensioensgerechtigde rondschuiven in de door hem opgezette geluidsstudio van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. We volgen hem in zijn gepassioneerde queeste naar de vergeten toepassing van de negentiende-eeuwse bewegingsdeskundige Marey.

De oorspronkelijkheid van Dick Raaijmakers' persoonlijkheid en werk zijn niet te ontkoppelen, en van die beide facetten ontstaat door Oskamps aanpak wél een heel helder beeld. We zien een oudere ambtenaar, we horen een rebel. De manier waarop componist Pierre Boulez met elektronische muziek is omgesprongen? Fout! Raaijmakers maakt er kunst van. In het muziektheaterwerk Der Fall/Dépons (1993) zijgt een Boulez-voorstellend figuur in slowmotion met stoel en al ter aarde.
Wat fascineert aan Op Zoek naar een vergeten Toepassing is vooral de tegenstelling tussen Raaijmakers' koude, analytische omgang met zijn materiaal en de vurige manier waarop hij daarover spreekt. In de oorspronkelijkheid van zijn gedachtengoed werd en wordt Raaijmakers ook niet miskend, zo blijkt. De Grote Wereld wachtte op Raaijmakers, maar Raaijmakers niet op de Grote Wereld. Een baan aan het conservatorium in New York? Filmmuziek voor Stanley Kubrick? Hij bedankte voor de eer, en werkte gestaag voort binnen de muren van zijn Haagse geluidsstudio.
mao leve! - projectie: johan van kreij | klankregie: kees tazelaar

Ik ben geen regisseur van mijn nalatenschap, ik kan me dan ook niet voorstellen dat ik over vijfentwintig jaar als een oude zak zeg: wat leuk, meneer Jansen, dat u dat stuk van mij nog eens wilt uitvoeren. Ja, die Chinese violen heb ik nog op zolder liggen.
(Dick Raaijmakers, geciteerd in 'De wellustige tandarts & andere componisten' van Elmer Schönberger, op pagina 168).

De directe aanleiding tot het maken van Mao leve! - ondertitel: Een audiovisuele oefening in artificieel sentiment - vormde het overlijden van Mao Zedong op 9 september 1976. De opzet was om met betrekkelijk eenvoudige middelen - dia's en luidsprekers - een soort kunstmatig sentiment van rouw en deelneming gestalte te geven. 

Binnen een hiertoe ingericht kitscherig tableau vivant zien we op zeven na elkaar vertoonde dia's een groep kinderen - uitgeknipt uit een Chinese ansichtkaart - door een babybijtring naar zeven opeenvolgende etappes van de lange Mars kijken, uitgestippeld op zeven landkaartfragmenten. Witte kunstbloemen omkransen de ring. Uit de luidsprekers klinken vogelzang en onweergeluiden, gecompleteerd met zeven zogenoemde afscheidsliederen uit de Chinese operafilm The East is Red (1965). De vogels symboliseren de vlucht die de gedachte uiteindelijk zal nemen en het onweer de tegenslag, het gevaar en het doorstane lijden, onderweg. De achtste en laatste dia toont de beeltenis van Mao Zedong door Andy Warhol gezeefdrukt in enkele 'verkeerde' monotinten. Mao, de laatste dode. Rode kunstbloemen van Chinese zijde versieren dit portret bij wijze van afscheidsgroet. Een verwaaide Tod und Verkläring van Richard Strauss completeert het artificiële boeket.
pianoforte | uitvoering: emiel janssen, tim sabel & marc wielart


Op vrijdag 12 en zaterdag 13 december vindt in en om het Paard van Troje het festival State-X New Forms plaats. Op zaterdag geeft Dag in de Branding daar een voorproefje van de komende editie (35), met een uitvoering van Raaijmakers' Pianoforte.

Een zaterdag in 1960. Bij het Philips NatLab heerst een serene rust, want op zaterdag wordt er niet gewerkt. Een uitgelezen moment voor Dick Raaijmakers, technisch assistent in de studio voor elektronische muziek, om op zijn afdeling stiekem te gaan experimenteren. Raaijmakers wil nog nooit gehoorde geluiden opnemen. Misschien kan er - na wat manipulaties met band-recorders - wel mooie muziek mee gemaakt worden. Op zijn werkplek installeert de gedreven onderzoeker opnameapparatuur, graait hamers, tangen en schroevendraaiers bijeen en gaat als een razende tekeer op de snaren van de piano. Zijn inspanningen leveren de bijna vijf minuten durende compositie 'Pianoforte' op en die zaterdag wordt in het NatLab de 'action music' geboren.

"Als mijn baas mij bezig had gezien, had hij me voor gek verklaard."

Pianoforte is typisch een overgangswerk in het oeuvre van Raaijmakers: het sluit een brug naar het concecptuele werk dat zo met zijn naam verbonden is geraakt. In Pianoforte staat niet het klinkend resultaat voorop maar het proce
nachtmuziek 2015
Een multimediaal leerstuk
Nachtmuziek wordt uitgevoerd door: Gilius van Bergeijk: regie, bandrecorders, Maya Verlaak: bandrecorders, Saskia Venegas: viool, Maya Felixbrodt: altviool, Semay Wu: cello | Brononderzoek: Anne Wellmer

Nachtmuziek
 (1969) is een multimediaal leerstuk voor strijkers, blazers, tapegeluiden, muziekfragmenten, een kunstmatig waterbeekje en met last but not least actieve participatie van het aanwezige publiek. Alle delen van dit circuit reageren in dit stuk op elkaar. Actie en reactie zijn hierbij gelijkberechtigd en komen in hun eenvoudigste vorm neer op het starten van een actie en het stoppen daarvan. Starten en stoppen vormen in zijn algemeenheid de arsis en thesis van iedere beweging – van de ademhaling het hartritme, slingerbewegingen en elke vorm van het bespelen van muziekinstrumenten. 

Bij Nachtmuziek worden twee soorten 'bespelen' onderscheiden; het reguliere bespelen van muziekinstrumenten, en het spelen – het starten respectievelijk stoppen – van tapes met wilde– dierengeluiden en romantisch getinte muziekfragmenten. Het initiatief tot spelen gaat gewoonlijk uit van een dirigent in casu een klanktechnicus. Bij Nachtmuziek daarentegen bepaalt het wel of niet actief zijn van de leden van de leden van het multimediale circuit of er met tapegeluiden gestopt of juist ... | Lees meer
symposium over een reeks aan het werk van dick raaijmakers gerelateerde onderwerpen
Vrijdag 15 mei | Korzo studio | Inloop vanaf 13:30
13:45   lezing Arjen Mulder: De Methode
14:10   lezing Johan van Kreij: Canons
14:35   Anne Wellmer: Het Raaijmakers-archief
15:00   Ekkehard Windrich: Raaijmakers / Cage
15:30   Uitvoering van Xenakis' Nomos Alpha door Arne Deforce, cello
16:00   lezing Kees Tazelaar: Vroege elektronische muziek
16:25   Bram Vreven / René Bakker: Reconstructie Ideofonen
16:50   lezing Richard Barrett: Cahier M

Om 20.00 uur wordt Raaijmakers' Kwartet uitgevoerd door: Ekkehard Windrich: viool en instudering, Saskia Venegas: viool, Maya Felixbrodt: altviool en Semay Wu: cello.

Lees meer over Kwartet
ideofonen 1 en 3
Tuinzaal gemeentemuseum - Foto's van de installatie in 1973 en de reconstructie en opbouw in 2o15
In 1967 demonstreerde Dick Raaijmakers tijdens de oprichtingsvergadering van STEIM (Studio voor Elektro-Instrumentale Muziek) in Amsterdam voor het eerst het principe van de Ideofoon, dat hij in de periode 1968 tot 1970 verder ontwikkelde met als resultaat de Ideofonen 1, 2 en 3. Raaijmakers: "In de naam 'ideofoon' zijn de begrippen 'idee' en 'foon' verenigd. Het idee komt neer op het buiten bedrijfstelling van de luidspreker als passieve informatiedoorgever. Om dit idee - feitelijk een correctie of reductie - te kunnen uitvoeren, is een kunstgreep nodig: het kortsluiten van de luidspreker door de uitgang te verbinden met de ingang. De luidspreker maakt dan gebruik van zijn eigen signaal en heeft geen informatie van buitenaf meer nodig. Het doel van deze provocatieve ingreep is de luidspreker te dwingen niets van zijn ware hoedanigheid te onthullen. Hij raakt daarmee weliswaar ... (uit: 'Dick Raaijmakers, een Monografie, 2007') | Lees meer

Recontructie wegstootmechanisme Ideofoon I
Omdat van de enorme (11 x 4,5 meter) Ideofoon 2 nog maar weinig bewaard is gebleven, zijn voor 16 mei aanstaande alleen de Ideofonen 1 en 3 in de tuinzaal van het Gemeentemuseum opgesteld. Zo vlot als dit hier is opgeschreven zo ingewikkeld was het om dit voor elkaar te krijgen. Van Ideofonen 1 en 2 bleken namelijk in de loop der jaren veel onderdelen te zijn zoekgeraakt en wat er van de wegstoot-mechnismen was overgebleven functioneerde niet meer. Alleen Ideofoon 3 bleek de tand des tijds goed te hebben doorstaan.

Dat het niet best was gesteld met de Ideofonen 1 en 2 werd duidelijk toen bekend werd gemaakt dat de Witteveen+Bos-Prijs voor Kunst+Techniek 2011 aan Dick Raaijmakers zou worden verleend en het plan werd opgevat om ter gelegenheid van de uitreiking de Ideofonen in de Bergkerk te Deventer op te stellen. Omdat de reconstructie van Ideofoon 2 te begrotelijk was, werd alleen de reconstructie van Ideofoon 1 in opdracht gegeven - mede namens het Nederlands Instituut voor Mediakunst en TodaysArt, als betrokken partners. Die taak is vervolgens zo waarheidsgetrouw door Renee Bakker uitgevoerd, dat een oorspronkelijk (niet gedocumenteerd) technisch probleem van het origineel is mee-gereproduceerd: het principe waarmee de stalen balletjes door de luidsprekers in de glazen buisjes worden weggestoten. Dit wegstoot-proces veroorzaakt namelijk minuscule maar daarom niet minder destructieve vonkjes, waardoor de werking van het geheel op den duur teniet wordt gedaan. Hoewel zelfvernietigende apparaten een serieus thema vormen binnen Raaymakers' oeuvre, past deze eigenschap niet bij het tijdloze karakter van de ideofonen-reeks.

Teneinde de werking van ideofoon 1 voor de presentatie in het Gemeentemuseum (en ook later) te kunnen garanderen, heeft de Johan Wagenaar Stichting (dankzij een bijdrage van de Société Gavigniès ) Bram Vreven (die ook bij de eerdere reconstructie betrokken was) bereid gevonden om de werking van het wegstoot-mechanisme zodanig te optimaliseren dat de hierboven genoemde slijtage tot een minimum kan worden beperkt. Niet bepaald een makkelijke opdracht. Om bijvoorbeeld te kunnen voorkomen dat de 36 luidsprekerconussen het op den duur alsnog zouden begeven, moest er zowel licht als flexibel materiaal gevonden worden waarmee het wegstootmechanisme stabieler (dan bij de eerdere reconstructie) op die conussen gemonteerd zou kunnen worden. Een aantal onderdelen van dit mechanismes is opnieuw gefabriceerd. Verder is de rand van de glazen buisjes waarin de kogeltjes heen en weer schieten zodanig behandeld dan er geen barsten meer kunnen ontstaan. Om de ideale afstemming van de werkende onderdelen te kunnen bepalen, heeft Bram Vreven tenslotte het vernieuwde mechanisme in een experimentele opstelling net zo lang getest tot die verhouding was gevonden.
ideofoon 1 - reconstructie wegstootmechanisme
Reconstructie uitgevoerd door Bram Vreven| Lees meer | www.bramvreven.com
nachtmuziek | strijkstokken 2015
Kees van Hemert bij het maken van de metalen strijkstokken | Foto's: Anne Wellmer
nachtmuziek | uitvoering 1969
Raaijmakers achter de knoppen bij de uitvoeringen van nachtmuziek in 1969 (foto's:  Pieter Boersma)
ideofoon 2
Restanten in de opslag van het Gemeentemuseum
nachtmuziek | schetsen 1969
Zoeltocht naar dierengeluiden anno 1969 | Schetsen van de installatie, schakelingen en bediening
nachtmuziek | elektronica 2015
Foto's en nieuwbouw: Lex van den Broek, EWP, Koninklijk Conservatorium
nachtmuziek | 1969 | 2015
Colcofon |
Archiefstukken uit het Raaijmakers Archief mbt Nachtmuziek
- schetsen van Dick Raaijmakers,  1969
- foto's van Pieter Boerma, 1969
- teksten van Dick Raaijmakers voor de Monografie uit 2007
Met dank aan het Nederlands Muziek Instituut / Haags Gemeentearchief

Ontwerp elektronica Nachtmuziek: Dick Raaijmakers (1969). Godfried Willem Raes (2000)
Foto's en copyright Nachtmuziek, 1969: Pieter Boerma, Amsterdam
Foto's ontwerp en nieuwbouw elektronica voor Nachtmuziek en Kwartet, 2015: Lex van den Broek, EWP, K.Conservatorium
Foto's met strijkstokkenmaker Kees van Hemert, 2015: Anne Wellmer, Den Haag

De teksten van Dick Raaijmakers over Nachtmuziek en Kwartet zijn geschreven voor: Dick Raaijmakers, Monografie, red./ed.: Joke Brouwer, Arjen Mulder, V2_publishing, 2007